Column: Koude kermis

Een keurig geordende boekenkast of zicht op de nog niet gespoelde vaat in de keuken. Spelende kinderen of een nietsvermoedende echtgenoot dwars door het beeld. Als digitaal vergaderen in coronatijd iets heeft opgeleverd, is het wel een mooi inkijkje in de thuissituatie van raadsleden. We zagen hen worstelen met Zoom, Skype, Teams of een van de andere programma’s die ze zich in korte tijd eigen moesten maken.

Om het idee van vertegenwoordiging in stand te houden, is een zekere afstand tussen kiezer en gekozene nodig. Een bepaalde mythe. Het gevoel dat zij toch nog iets anders zijn dan jij, dat zij niet voor niets tot dit ambt zijn geroepen. De setting van een raadszaal, van een vergadering met rituelen (en niet te vergeten de wandelgangen). Dat alles werd teruggebracht tot een scherm met diverse pratende hoofden. Snedige interrupties sneuvelden omdat de microfoon op mute stond of de burgemeester de opgestoken hand linksboven in beeld telkens over het hoofd zag.

Vaak wordt gezegd dat een crisis de weeffouten in een systeem extra zichtbaar maakt. Corona is daar een mooi voorbeeld van. Het begon ermee dat veel gemeenteraden zich te makkelijk buitenspel lieten zetten en wel erg veel aan de bestuurders overlieten. Vaak ook nog in de abstracte veiligheidsregio’s, waarop raadsleden moeilijk grip krijgen. Verantwoording achteraf, in plaats van kaders vooraf. Crisisbestrijding als management in plaats van een democratisch proces. De raadsleden herpakten zich, wenden aan de nieuwe vormen van vergaderen. Gingen soms alweer offline vergaderen, in sporthallen of theaters. Ze begonnen hun colleges kritischer te bevragen op de aanpak van corona en gingen ook weer het debat aan over “gewone” onderwerpen als de begroting. De balans tussen college en raad werd geleidelijk hersteld.

Maar hoe zat het met de inwoners? Wat de crisis ook zichtbaar maakte, is dat nog meer dan de volksvertegenwoordiging vooral ook inwoners buitenspel werden gezet. Waar was hun mogelijkheid om het lokale bestuur kritisch te bevragen, in te spreken, invloed uit te oefenen? Waar een argeloze inwoner misschien nog wel eens per ongeluk in een raadhuis zou kunnen binnenlopen terwijl daar de raad vergaderde, was dat met alle online vergaderingen veel moeilijker. Het kwam de herkenbaarheid en transparantie van lokale besluitvorming niet ten goede. Zeker daar waar uit angst voor jolige inbrekers de toegang tot het online overleg werd bemoeilijkt met persoonlijke inlogcodes en wachtwoorden.

De optimisten die pre-corona dachten dat online tools voor inwonersparticipatie de klassieke hoorzittingen, wijkbijeenkomsten en inspraakavonden langzaam overbodig maken, kwamen van een koude kermis thuis. De nieuwe (tijdelijke?) manier van werken zag de inwoner nogal over het hoofd. Het online vergaderen leidde eerder tot een sterkere focus op het gemeentehuis en op college en raad. Terwijl dit toch dé kans was geweest barrières te slechten. Met achter inwoner en raadslid dezelfde Ikeakast in beeld.

Maud van de Wiel, Marike Simons, en Harmen Binnema zijn de auteurs van een boek over politieke sensitiviteit voor ambtenaren in het lokale openbaar bestuur: Het geheime Handboek. Voor Publiek Denken schrijven ze columns over kwesties die zij tegenkomen in hun dagelijkse werk bij gemeenten, waterschappen en provincies. Met hun eigenzinnige blik onderzoeken ze de laatste ontwikkelingen in overheidsland.

*Deze column werd geschreven door Harmen Binnema en verscheen in Publiek Denken 22 Omgevingswet: Blik op vooruit. Wilt u meer artikelen lezen? Neem dan nu een gratis abonnement op Publiek Denken.

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *