DuurzaamDoor

Deskundigen in gesprek over draagvlak energietransitie

Wat is er nodig om de energietransitie te doen slagen? Er is inmiddels veel kennis over het onderwerp, maar hoe brengen we die kennis in de praktijk en hoe krijgen we de betrokken burgers mee? Onder leiding van gespreksleider Simone van Trier discussieerden zes wetenschappers en professionals uit de praktijk over de haken en ogen en belangrijke lessen. Drie onderwerpen stonden centraal: wat is draagvlak en acceptatie, de omgang met weerstand en de verhouding tussen gekozen en bottom-up democratie.

Voor de maatregelen die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen, is draagvlak essentieel. Maar hoe realiseer je dat? En wat doe je met emoties van en verzet door burgers? Hebben gekozen volksvertegenwoordigers wel invloed op de majeure strategische keuzes die meestal op regionale schaal worden gemaakt? En kan een integraal ‘burgerbetrokkenheidsplan’ draagvlak en beleid opleveren? Tijdens ons webinar van 30 september jongstleden gingen zes deskundigen uit de wetenschap en praktijk in gesprek met elkaar in een poging om antwoord te geven op deze vragen. De webinar gaat verder waar de eerder verschenen essays en podcasts van Publiek Denken en Kennisprogramma DuurzaamDoor zijn opgehouden.

Als eerste onderwerp komen draagvlak en acceptatie aan de orde. Rinie van Est (onderzoeker bij het Rathenau Instituut) benadrukt het belang daarvan in zijn essay Eerlijk is het duurzaamst. Daarbij gaat het niet alleen om de inhoud, zeker zo belangrijk is het proces: iedereen die betrokken is bij het onderwerp moet een oordeel kunnen vormen over het voorstel. Burgers moeten hun wensen en zorgen kunnen uiten en daarbij serieus genomen worden, en toegang hebben tot kennis en expertise om dat goed te kunnen doen. ‘Het draagvlakverhaal gaat om heel veel betrokkenen, het is daardoor een complex verhaal,’ waarschuwt Van Est.

Actieve medewerking
Participatieadviseur Joke Dijkstra (werkzaam bij onder andere de proeftuin Gasvrij Purmerend, een project om ruim 1200 woningen en andere gebouwen van het aardgas af te krijgen) is het daarmee eens, maar wijst erop dat alleen draagvlak niet genoeg is. Er is ook nog een vertaalslag nodig naar actieve medewerking. ‘Een substantieel deel van de samenleving gaat mee in de energietransitie, maar als je op de stoep staat en aanbelt om concreet medewerking te krijgen is het een lastig verhaal. Achter elke voordeur woont in feite een projectleider, iemand die zelf beslist en zelf kennis kan vergaren en zelf keuzes maakt of hij of zij wel of niet in het proces meegaat.’ Al gaat het gaandeweg sneller omdat er meer kennis en ervaring rond de energietransitie is, het blijft een arbeidsintensief en tijdrovend proces omdat er toch voor elk huis een-op-een gesprekken moeten worden gevoerd. Daarbij geeft Dijkstra aan dat er wel versnelling mogelijk is door hier goed af te stemmen op de behoefte van een bewoner aan overleg en informatie.

Dijkstra en Van Est zijn het erover eens dat zwabberend beleid en inconsistente boodschappen funest zijn voor het draagvlak. ‘Het beleid ten aanzien van duurzame energie heeft een slecht trackrecord, het verandert om de paar jaar. Anders dan in Denemarken waar men heel consequent is, kun je er hier niet op bouwen omdat er geen heldere visie is,’ signaleert Van Est.  Vanuit haar praktijkervaring onderschrijft Dijkstra dat. ‘Als je een kanteling in het beleid krijgt, waar heb je het dan allemaal voor gedaan?’

Mentale opgave
Eva Wolf, universitair docent Tilburg University, benadrukt in haar essay het belang en de waarde van weerstand. Haar opvatting: conflicten ‘wegdrukken’ is contraproductief, je kunt ze beter gebruiken om verder te komen; haar essay heeft dan ook de titel Verder door verzet.

Dat er conflicten zijn rond de energietransitie is niet verbazend, vindt Herman Verhagen, senior adviseur Lokale Energietransitie bij duurzaam energie- en afvalbedrijf HVC. Het gaat immers niet alleen om een technische verandering, maar ook om een mentale opgave. Dat is ingrijpend: ‘Alles wat we normaal vonden wordt in de toekomst afwijkend. De transitie is een proces van vallen en opstaan, daar is veel weerstand tegen.’ De kaders, zoals het Akkoord van Parijs, zijn vrij helder, maar voor het lokale bestuur is het lastig om de complexiteit van de transitie te bevatten. ‘Er is veel onzekerheid bij ambtenaren en bestuurders, die leidt tot besluiteloosheid en hakken in het zand. De energietransitie dreigt daardoor vermorzeld te raken tussen bange bestuurders en boze burgers.’

Rijdende trein
Sinds ‘Parijs’ komt de energietransitie van de pioniersfase in de versnellingsfase. Maar het creëren van draagvlak kost tijd en dat leidt juist tot vertraging. Toch moet je de tijd daarvoor nemen, want als je dat niet doet gaat het nog veel langer duren, waarschuwt Wolf. Daar is Verhagen het mee eens: ‘Je moet de tijd ervoor nemen en een vorm zien te vinden tussen de spanning om te versnellen en de noodzaak om iedereen mee te nemen. Vertragen om daarna te kunnen versnellen.’

Hij ziet evenals Dijkstra dat de steun voor de energietransitie in Nederland best groot is, maar dat het lastig wordt zodra het gaat om concrete projecten op concrete locaties.  Daar ontstaat vaak de weerstand. Participatie blijft nog te vaak beperkt tot inspraak waarbij iedereen geeltjes mag plakken op een rijdende trein zonder dat er iets mee gebeurt. Zijn advies: ‘Gooi niet een plan naar binnen en hoop dan maar dat het goed gaat, maar begin in een heel vroeg stadium met communiceren.’

Probleem daarbij is veelal dat de burger niet als expert wordt gezien, maar dat juist wel is als het om zijn of haar eigen omgeving gaat. Je kunt op een landkaart niet zien waar de mensen graag wandelen of hun hond uitlaten. ‘Neem hun ervaringen mee in het plan. Draagvlak bij de betrokken burgers krijgen is geen horde die genomen moet worden, maar een kans om tot een beter project te komen.’

Alle stemmen gehoord
Hoe zit het met het democratisch gehalte bij de majeure keuzes die we bij de energietransitie moeten maken? Zijn de gekozen volksvertegenwoordigers wel in staat om dat te doen, of moeten zij dat (meer) overlaten aan burgerinitiatieven van onderop? Onderzoeker Marije van den Berg van Democratie in uitvoering stelt in haar essay Verantwoordelijkheid en zeggenschap democratisch goed delen dat breed delen de enige manier is om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Zij pleit in de dialoogtafel in een column voor drie zaken: 1) partijpolitiek alleen waar dat helpt. 2) zeggenschap en verantwoordelijkheid op de bestuurlijke agenda’s en 3) de juiste governance ontwerpen en mogelijk maken. Deze drie factoren verdienen nu aandacht om participatie zo te organiseren dat de energietransitie succesvol kan verlopen.

Has Bakker (raadslid D66 Utrecht en senior adviseur Natuur en Milieufederatie) vindt dat je voor het nemen van besluiten niet buiten de partijpolitiek kunt, maar ziet wel dat de interactie met lokale initiatiefnemers beter kan. ‘Wij politici moeten van tevoren beter nadenken onder welke voorwaarden bewoners zelf aan de slag kunnen gaan. Daarna moeten wij op onze handen gaan zitten en aan het eind pas weer terugkomen, maar dat vinden we moeilijk.’

Window of opportunity
Sybrand Frietema de Vries van MienskipsEnergie (de Energiewerkplaats Fryslân) heeft er ervaring mee opgedaan. ‘We hebben iedereen buiten de raadszaal met elkaar laten praten, mensen uit hun cocon gehaald. Het is op die manier in één avond gelukt een oplossing te vinden voor de RES-problematiek in de provincie. Als je maar even buiten het partijpolitieke stramien gaat, kun je gezamenlijk tot een oplossing komen.’ Zijn advies: ‘Kijk naar wat de gemeenschap wil, waar de gemeenschap zeggenschap over heeft en waar de gemeenschap wat aan heeft. Dat kan niet in alle wijken in Nederland, maar de gemeenteraad kan wel zeggenschap aan gemeenschappen geven.’

Bakker plaatst als kanttekening dat je daarmee nogal wat van de mensen vraagt. Er zijn koplopers, maar ook mensen die niet meekunnen (drukke baan en geen tijd bijvoorbeeld). Daar moet je als raad oog voor hebben, hoe zorg je ervoor dat alle stemmen gehoord worden? De Vries is er optimistisch over dat lokale initiatieven dat kunnen. ‘Geef burgers een soort window of opportunity om aan de slag te gaan. De gemeenteraad kan en moet erop toezien dat dit democratisch gebeurt en dat iedereen, elke voordeur, wordt vertegenwoordigd. Een burgerinitiatief moet kunnen aantonen dat het inclusief is, laat maar zien wat je bijvoorbeeld doet met mensen die niet kunnen lezen. Als je dat niet kunt, dan kan je het gegeven mandaat verliezen.’

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *