Kennisprogramma DuurzaamDoor

Duurzaamheidsnetwerken in internationaal perspectief

Op weg naar een duurzamer Nederland spelen regionale duurzaamheids- netwerken een steeds grotere rol. Niet zelden met verrassende resultaten. Met het DuurzaamDoor-programma wil Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) de opgedane kennis delen en startende netwerken inspireren. Tijdens het internationale Commons-congres op 10-14 juli jongstleden in Utrecht organiseerde DuurzaamDoor een eigen Practioners’ Lab met ervaringen in buitenlandse programma’s. Kunnen we nog van elkaar leren?

In Nederland initieerden netwerken  van bewoners, ondernemers, duurzaamheidsinitiatieven, onderwijsinstellingen en overheden al meer dan 20.000 duurzame projecten in soorten en maten. De doelen van
 de netwerken lopen sterk uiteen, van exploitatie van de dorpswinkel tot het pushen van een duurzame regionale economie. De professionaliteit en omvang neemt in rap tempo toe. Mede op initiatief van DuurzaamDoor van RVO.nl delen de Nederlandse netwerken hun ervaringen en best practices met elkaar. Zo wordt ervaren wat werkt en niet werkt. Op het Commons-congres zette DuurzaamDoor een paar succes- volle voorbeelden uit binnen- en buiten- land in de etalage. Sprekers uit onder meer Brazilië, Japan, India en China lieten ieder in tien minuten zien waar ze mee bezig waren.

Fruitmotor
Een mooie showcase uit Nederland
 was een initiatief uit de Betuwe waar Rivierenlanders samen werken aan de herwaardering van de eens zo trotse fruitteelt in de Betuwe binnen de Coöperatieve Betuwse Fruitmotor. Door globalisering en veranderingen in de distributieketen verschoof de focus in de fruitteelt de afgelopen decennia van kwaliteit naar kwantiteit. Monocultuur deed z’n intrede, marges werden kleiner en de winsten verschoven naar de grote retailers. Werkgelegenheid verdween en daarmee ook de binding met de regio. Henri Holster vertelde in het lab hoe De Fruitmotor een weg zoekt naar duurzame fruitteelt die telers, lokale producten onder de merknaam Betuwse Krenkelaar. ‘We hebben een coöperatieve keten gemaakt van teler tot consument, waarbij elke link een eerlijk aandeel krijgt en de winst zoveel mogelijk in de regio blijft. We staan nog aan het begin. Deze andere manier van werken vraagt vertrouwen van de teler. Ook moeten lokale winkels en de consument het product nog leren kennen en omarmen. Op dit moment zijn al meer dan 40 verkooppunten in de eigen regio aangesloten en worden de eerste verkoophubs buiten de Betuwe opgezet. Het is de bedoeling dat over vijf jaar 20 telers meedoen die samen zeker 1000 ton restfruit verwerken in een mooi assortiment van hoogwaardige en soms innovatieve producten.’
In Nederland krijgen regionale duurzaamheidsnetwerken een steeds grotere maatschappelijke betekenis. Zo staat coöperatie Gloei aan de wieg van talloze (sociale) duurzame initiatieven in het Limburgse Peel en Maas. Gloei draagt bij aan een betere leefbaarheid door lokale initiatieven te steunen met kennis, en partijen bij elkaar te brengen. Jules Hinssen van Gloei: ‘De samenleving neemt in toenemende mate verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in de regio en Gloei motiveert en bekrachtigt die beweging. Dankzij Gloei zijn er zo’n 40 nieuwe projecten in de regio ontstaan die zonder onze hulp waarschijnlijk niet van de grond zouden zijn gekomen, met een gezamenlijke financiële spin-off van 20 á 30 miljoen euro.’ Meer zelfsturing betekent een andere rol voor de overheid. ‘Deze verandert van sturend naar faciliterend. De overheid heeft als taak het publieke belang te dienen. Dat betekent dat ze waardevol- le, welzijnsbevorderende projecten uit de samenleving dient te herkennen en onbaatzuchtig dient te ondersteunen. Dat is soms nog even wennen, omdat deze houding haaks staat op de oude betuttelende rol.’
Gloei werkt ook actief mee aan inter- nationale kennisopbouw, onder meer in het EU CENSE-programma voor afvalloze regio’s. Via Regionale Transitie Academies wil Gloei grensoverschrijdend leerervaringen uitwisselen én onderzoek naar leiderschap in regionale netwerken doen, samen met kennisin- stellingen uit Luxemburg, Nederland en België.

Inspiratie
De internationale casussen liepen uiteen van cleanup-projecten tot onderzoek naar nieuwe maatschappelijke structuren. Programmamanager DuurzaamDoor Theo van Bruggen:
‘Alle buitenlandse casussen bevatten wel conclusies en leermomenten die
ik herken van Nederlandse netwerken. In Nederland hebben we ontdekt dat je voor een succesvol regionaal netwerk een infrastructuur nodig hebt waarin
de 5 O’s – overheid, onderwijs, ondernemers, onderzoek en ‘onderop’ (burgers) – gekoppeld zijn en elkaar weten te vinden. Het belang van een goede infrastructuur hoorde ik ook terug bij buitenlandse sprekers. Afgaand op mijn ervaring op dit congres is mijn indruk dat we gelijk optrekken, en dat we elkaar op casusniveau wel degelijk kunnen inspireren. In het lab was bijvoorbeeld een casus van een Japanner die de plastic soep in de Hozugawarivier wilde aanpakken door in kaart te brengen op welke plekken de meeste plastic werd gedumpt. Met die kennis kwamen lokale gemeenschappen in actie om dumping te voorkomen. Deze aanpak kun je makkelijk vertalen naar Nederlandse waterwegen.’
Andersom bleek De Fruitmotor heel inspirerend. Holster: ‘De dag na het Practioners’ Lab mochten we al een groep congresbezoekers in de Betuwe ontvangen. Het lijkt misschien dat een project rond een streekproduct met een duurzaamheidsverhaal weinig baat heeft bij internationale uitwisseling, maar het tegendeel blijkt dus waar. We ervaren dat ook over de grens de aandacht voor streekmarkten, lokale voedselproductie en biodiversiteit zo sterk groeit, dat we ons afvragen of we niet samen met onze eigen kennisinstellingen op zoek moeten gaan naar lerende samenwerkingstrajecten.’

Meer informatie: www.duurzaamdoor.nl

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *