DuurzaamDoor

Van liefdewerk oud papier tot het gewone bijzonder maken

Nederland Netwerkland. Een handboek netwerkkunde bestaat nog niet. Wat wel bestaat is een groeiende behoefte aan do’s and don’ts en tips and tricks bij startende en gevestigde netwerken. Want hoe begin je een kansrijk netwerk en hoe zorg je voor continuïteit? Om in die behoefte te voorzien verzamelde kennisplatform DuurzaamDoor ervaringen van honderden mensen uit regionale duurzaamheidsnetwerken. Het resultaat: een special over wat werkt en wat niet werkt in de verschillende ontwikkelingsfasen van een netwerk.

Binnen DuurzaamDoor merkten we dat er bij regionale duurzaamheidsnetwerken grote behoefte was aan uitwisseling van ervaringen,’ vertelt Cees Anton de Vries, een van de auteurs van de special en werkzaam voor DuurzaamDoor. ‘Er zijn begin 2015 drie bijeenkomsten georganiseerd om ervaringen te bespreken. Samen met informatie uit diepte-interviews met mensen uit de netwerken, begonnen we gedeelde dilemma’s en inzichten te herkennen.’ In de special zijn de inzichten ingedeeld in drie ontwikkelingsfases van een netwerk: de pioniersfase van het ‘drijven’, de doorgroeifase van het ‘klijven’ en de continu fase van het ‘blijven’. ‘De indeling is gebaseerd op bekende modellen uit de organisatiekunde, maar aangepast voor netwerken met hun geheel eigen dynamiek. Elke fase heeft daarin zijn eigen typerende valkuilen en dilemma’s.’

Drijven
‘Elk netwerk begint met een persoon met een ambitie,’ zegt De Vries. ‘Dat kan een burger zijn, maar ook ondernemers, een wetenschapper of een ambtenaar. Je wilt iets, bijvoorbeeld blauwe flessen apart recyclen, je klopt aan bij instanties en je krijgt een ‘nee’. Dan ontstaat onvrede, een afzetten tegen bestaande instanties. Die onvrede is het vuurtje voor de start van een netwerk. Want mensen gaan op zoek naar mensen die hen kunnen helpen hun doel te bereiken, mensen met dezelfde ambitie. De bestaande instanties bieden dus als het ware het drijfvermogen voor het netwerk. Dit is de fase van de passie, van veel liefdewerk oud papier. Met hard werken kun je veel voor elkaar krijgen. De fase van euforie als die eerste bijeenkomst veel mensen trekt of de eerste activiteit slaagt. In deze fase staat ook alles nog open. Het netwerk staat open voor nieuwe mensen en elke nieuwe ambitie is welkom. Alle bloemen mogen bloeien.’

Klijven
Maar deze liefdewerk-oud-papier-fase kent een maximum. De Vries: ‘Er komt een moment dat je simpelweg niet de energie en het geld hebt om elke ambitie die is omarmd, ook daadwerkelijk tot bloei te brengen.’ De fase van het klijven is aangebroken. ‘Er moeten keuzes gemaakt worden. Als je dat niet doet, verwatert het netwerkinitiatief. In de fase van het ‘klijven’ worden ambities geclusterd en losgelaten. Mensen van het eerste uur zullen daardoor ook afscheid nemen. Dit is ook de fase van bouwen, jezelf neerzetten, laten zien dat je betrouwbaar bent. Je moet structuur in je werkzaamheden aanbrengen en jezelf gaan organiseren. Er zijn in dit stadium vaak nog niet voldoende middelen, dat vraagt dus extra inzet van alle deelnemers. Wat vaak wordt gezien als corvee. In de organisatiekunde wordt dit ook wel de ‘transpiratiefase’ genoemd. Valkuil is de verkeerde focus. Dan gaan netwerken bijvoorbeeld te veel focussen op de structuur, bijvoorbeeld alle energie stoppen in het oprichten van een coöperatie, terwijl het doel was om een stadsdeel van zonne-energie te voorzien. Als je niet uitkijkt, ontzielt je netwerk in deze fase.’

Blijven
Met de juiste focus en stug doorwerken bereikt een netwerk een voorop gesteld doel, zegt De Vries. ‘Vaak een doel dat mogelijk maakt dat ze het netwerk organisatorisch goed op poten krijgen. Dus: eindelijk die subsidie, eindelijk dat gebouw, eindelijk hulp van die ene instantie. In deze fase zie je dat het netwerk ondertussen een duidelijk profiel heeft en z’n huishoudboekje op orde heeft. Als het goed is, ervaren alle deelnemers de meerwaarde van het netwerk en worden taken niet meer gezien als belasting. Het netwerk begint nu het vermogen te krijgen om te scheppen, te creëren en te ontwerpen. Er is een gezond evenwicht tussen de interne processen die nodig zijn voor de continuïteit en de productieve processen die meerwaarde bieden voor de deelnemers. Valkuil: sleetsheid. Het is de uitdaging het gewone bijzonder te maken.’

Bruikbaar model
‘Een eerste aanzet tot procesbeschrijving binnen netwerken,’ noemt Cees Anton de Vries de special. ‘Het is een eerste poging om ervaringen op handzame wijze te bundelen.’ Hij benadrukt dat de fases dan ook niet strak omlijnd zijn, maar eerder waarneembare contouren. En ook de indeling van inzichten over de fases is arbitrair. ‘Sommige inzichten passen eigenlijk in elke fase. Maar we bieden voor nu een bruikbaar model voor mensen die een netwerk starten of al in een netwerk actief zijn.’ ‘En voor alle ambtenaren en beleidsmedewerkers die effectiever met netwerken willen samenwerken of netwerken een steuntje in de rug willen geven. Work in progress.’

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *