VOM

Overheid en bedrijfsleven moeten gezamenlijk optrekken

Overheid en bedrijfsleven moeten gezamenlijk optrekken, want dat leidt tot meer innovatie. En dus tot betere producten voor mens en maatschappij. De goodwill om samen te werken is er meestal wel, maar toch vinden beide partijen het soms lastig om de motieven van de ander te begrijpen. Dat bleek tijdens het Reuring!Café van 25 oktober jongstleden dat samenwerking met de Big Improvement Day (BID) werd georganiseerd.

Gasten bij dit Reuring!Café waren Sybilla Dekker, oud-minister en voormalig directeur van werkgeversvereniging AWVN; Jan Hendrik Dronkers, directeur-generaal Rijkswaterstaat; Pier Eringa bestuursvoorzitter ProRail en Ben Woldring, jonge internetondernemer. Als host fungeerde Ab van der Touw, CEO van Siemens en lid dagelijks bestuur VNO-NCW. Volgens Van der Touw is samenwerken ‘een heilig moeten’. ‘De scheiding tussen overheid en bedrijfsleven is het laatste stukje verzuiling in Nederland’, zegt hij. ‘In landen als Duitsland en Frankrijk wisselen ze toptalent uit. In Nederland gebeurt dat veel te weinig. Het is tijd voor actie. We moeten ophouden te praten over wat niet werkt. In plaats daarvan moeten we taboes afbreken en met elkaar in dialoog gaan.’

Meer leren
Vervolgens krijgt Sybilla Dekker het woord. Als minister van VROM in de kabinetten Balkenende I en II had ze een leuke tijd. Voor haar ministerschap werkte Dekker in het georganiseerde bedrijfsleven. ‘Overheid en bedrijfsleven kunnen wel degelijk samenwerken’, zegt Dekker. ‘Mits hun belangen overeenstemmen. In zijn algemeenheid weet het bedrijfsleven de weg naar de overheid maar moeilijk te vinden. Hun doelstellingen zijn verschillend en ze spreken elkaars taal niet.’
Jan Hendrik Dronkers vindt dat overheid en bedrijfsleven het aan de maatschappij verschuldigd zijn om beter samen te werken. ‘Want dat leidt tot betere producten voor mens en maatschappij.’ ‘We zijn niet per definitie tegenpolen’, zegt hij, ‘en we kunnen meer van elkaar leren dan we denken.’
Bij ProRail balanceren we tussen niet te klef en te ver uit elkaar, zegt Pier Eringa. Als vicevoorzitter van het bondsbestuur van de KNVB vergelijkt hij de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven graag met een voetbalwedstrijd. Het is belangrijk om de scherpte in het spel te houden maar je moet ook ongedoucht met elkaar een biertje kunnen drinken.

Op slot
Heeft internetondernemer en directeur van de BenCom Group Ben Woldring last van de overheid, vraagt gespreksleider Mark Frequin? ‘Dat niet’, aldus Woldring, ‘maar de samenwerking kan beter. De telecommarkt en de energiemarkt zijn volgens hem voorbeelden van liberalisering die geslaagd is. Maar bij de zorgverzekeraars is het een ander verhaal. Innovatie vindt daar wel plaats maar niet snel genoeg. De markt zit nog op slot. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat er geen nieuwe toetreders zijn. De politiek moet opnieuw keuzes maken.’
‘Bij samenwerking is het belangrijk om te beginnen vanuit de inhoud en even te vergeten in welke hoedanigheid we er zitten’, aldus Dronkers. Eringa vertelt over zijn tijd als voorzitter van de raad van bestuur van het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Daar had hij veel meer vrijheid en minder politiek in zijn nek. ‘Bij ProRail waart het compliancy-spook wel’, aldus Eringa. Bij Rijkswaterstaat hebben we daar minder last van, zegt Dronkers. Eigenlijk is het beter is om samen te bespreken hoe je eruit moet komen, zegt Dekker. ‘In het verleden gebeurde dat niet, nu wel. Belangrijk daarbij is om elkaar te vertrouwen.’
In Nederland zijn we egaliserend. We voelen ons unsafe als er geen regels zijn, aldus de gasten op de bank. Woldring: ‘Beter is de situatie in de VS, waar fast failures mogelijk zijn en innovatie mogelijk maken.’ ‘We zijn ook nivellerend’, vult Dekker aan. ‘We zijn bang om ons hoofd boven het maaiveld uit te steken. Maar dan verlies je je creativiteit. We moeten af van de regelreflex.’

Ratio
Eringa vraagt aan gespreksleider en DG Bereikbaarheid Mark Frequin hoe we af kunnen komen van de regelreflex. Door mensen bij elkaar te brengen, is het antwoord. Bijvoorbeeld door trainees te ‘delen’. Bij de overheid is men soms bang ‘bedrijfsgeheimen’ weg te geven. Vanuit zulk wantrouwen wordt het lastig.
De rol van regelgeving is dominant, aldus Dekker, ‘maar er zijn meerdere rollen. Aan klanten van de overheid moeten we daT duidelijk maken. Als overheidsvertegenwoordiger moet je dat duidelijk maken.’
Uit de zaal komen vragen over de aanbestedingswet: een moloch van regelgeving die creativiteit niet ten goede komt. ‘Achter regels zitten ratio’, zegt Dronkers. ‘Je moet ze niet afschaffen maar beter gebruiken. Nu gaat dat vaak verkeerd.’
Toegegeven, de aanbestedingswet is doorgeschoten. De creativiteit is weg en dat Is een belemmering voor ontwikkeling. Dronkers: ‘Het komt uit Europa dus dan doen we het maar.’ Wie heeft ingewikkelde proces verzonnen, roept iemand uit de zaal. Is het door het bedrijfsleven ingegeven? Grote bedrijven profiteren er immers van. Volgens Dekker is dat onzin. ‘Het is niet waar van het bedrijfsleven. We hebben het zelf gedaan. We moeten kijken naar de basis die door Europa wordt gevraagd.’
Misschien is de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven gebaat bij een zogenoemde
Beleidsondernemer: een ambtenaar die zaken benadert als ondernemer. Dat heeft wel consequenties: je moet leren denken in producten als oplossing van maatschappelijke problemen.

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *