VOM

Waarom je volgende verandering nog beter slaagt

Terwijl politiek Den Haag aan het bijkomen was van de Troonrede, presenteerde de VOM samen met Interim Management, Coaching en Gateway (ICG) het Reuring!Café: Waarom je volgende verandering nog beter slaagt! De conclusie: blijf niet hangen in regels en systemen, maar organiseer samenwerking. Wees nieuwsgierig, met een open mind: dan komen bewegingen vanzelf op gang.

Op de bank zaten commissaris van de Koning in Overijssel Ank Bijleveld, secretaris-generaal van het ministerie van VWS Erik Gerritsen, ombudsman van de gemeente Amsterdam Arre Zuurmond en Jonge Ambtenaar van het Jaar Souhail Chaghouani. Ze werden geïntroduceerd door host Jaap Uijlenbroek (Hoogleraar Albeda Leerstoel). Externe ontwikkelingen vragen ander gedrag van de overheid, aldus Jaap Uijlenbroek aan het begin van Reuring. ‘De overheid heeft soms moeite om die ontwikkelingen bij te houden. De ene vernieuwing is nog niet doorgevoerd of de volgende is al weer onderweg. Daarom pakken we de resultaten van veranderingen amper.’
Succesvol veranderen heeft volgens Erik Gerritsen een nadeel. Toen hij bestuursvoorzitter was bij de Jeugdbescherming Amsterdam, werd deze Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2014. ‘Maar als je de beste wordt, dan wil niemand je meer kopiëren en het goede voorbeeld overnemen. In dat opzicht kun je de ontwikkelingen bij Jeugdzorg Amsterdam een ‘briljante mislukking’ noemen.’
Als hij het over had mogen doen, dan had hij iets bescheidener over de successen gedaan. ‘Mensen vinden het nooit leuk als iemand het zoveel beter doet’, vult Ank Bijleveld aan. ‘Het blijft belangrijk om enthousiast te vertellen over  wat je doet, maar als je mensen wilt laten leren, dan is het beter minder enthousiast te zijn.’

Anders georganiseerd
Souhail Chaghouani is het niet met haar eens. Hij vindt juist dat de overheid trotser moet zijn. En dat ook moet uitdragen. Toen hij Jonge Ambtenaar van het Jaar werd, merkte hij zelf weinig van afgunst. Met zijn collega-jonge abtenaren van FUTUR heeft hij het regelmatig over de vraag hoe ze veranderingen teweeg kunnen brengen. ‘Jammer genoeg zijn we maar met zo weinig.’
Bij de provincie mogen jonge ambtenaren juist kritisch kijken naar de eenheden, aldus Bijleveld. En jongere mensen willen graag leren, voegt Arre Zuurmond toe. Zuurmond vindt dat organisaties minder graag willen leren dan mensen. ‘Zeker de helft haakt af van de trainees, onder andere omdat ze in politieke spelletjes terecht komen.’
Uit het publiek komt de opmerking dat overheidsorganisaties moeten nadenken over hun oorspronkelijke bedoeling. Daar zijn de gasten het roerend mee eens. ‘Het gaat om de vraag: waar doen we het voor’, zegt Zuurmond. Om die reden gaat Gerritsen met grote regelmaat op werkbezoek. ‘Het afgelopen jaar zo rond de 150 keer.’ In Overijssel brengt Bijleveld het adagium van waar doen we het voor ook in de praktijk. Zo nodigt ze burgers uit om te komen praten en zegt ze tegen statenleden regelmatig: ‘Ik geef op deze vraag geen antwoord, want hij ligt niet op ons terrein.’ Hoe krijg je statenleden zover om dat te accepteren, vraagt Gerritsen. Bijleveld lacht: ‘Overijssel is nu eenmaal anders georganiseerd dan Den Haag.’

Minder politiek?
Is dat een pleidooi voor minder politiek, vraagt Uijlenbroek. Sommige zaken kun je beter depolitiseren, geeft Bijleveld toe. Niet op voorhand direct de politieke arena ingaan, is het advies van Zuurmond. Dan zal blijken dat veel niet politiek hoeft te worden. Oplossingen zitten hem vaak niet in regels, zegt Gerritsen, maar in het organiseren van samenwerking en partijen. En daar kun je als  overheid of provincie veel aan doen.
Zuurmond geeft als recent voorbeeld dat ouders sinds kort een doodgeboren kind in de GBR kunnen laten opnemen. Voorheen was niet mogelijk en pogingen van ouders om daar verandering in te brengen liepen stuk op bureaucratie. Door de verantwoordelijke ambtenaren en ouders samen en met elkaar in gesprek te brengen is die horde genomen.
‘Den Haag is een wereld op zichzelf’, zegt Uijlenbroek, ‘en trekt je naar binnen. Je moet organiseren dat je naar buiten getrokken wordt. Trek snel de uitvoering in!’

Nieuwsgierig
In de zaal leven vragen. Leggen de gasten niet teveel verantwoordelijkheid bij het individu, wanneer er in organisatie patronen en structuren zijn waardoor bepaald gedrag wordt beloond en ander gedrag niet? Wordt het niet tijd om op structuurniveau in te grijpen? Zorg bijvoorbeeld dat ‘goed gedrag’ beloond wordt.
‘We laten ons gevangen houden door systemen en procedures’, zegt ook Chaghouai. In de  gemeente Baarn was hij verplicht om doelmatigheidsonderzoek te houden. Dat koste veel tijd en hij zag er het nu niet van in: ‘Ik werk altijd zo doelmatig mogelijk’. Er zijn teveel regels en procedures waarvan je je afvraagt of het anders kan.
‘Het lukt om structuren te veranderen als we het allemaal willen’, vindt Gerritsen. ‘Je hoeft niet te wachten tot de bazen aan de bovenkant iets willen veranderen.’ Het belonen van goed gedrag ziet hij niet zitten. ‘Het gaat om ontketenen van intrinsieke motivatie.’
‘Denk niet in het haalbare maar in het denkbare’, aldus Zuurmond.’ Probeer dingen te ontdekken die anders kunnen.’
Hebben de gasten nog tips of aanbevelingen? Volgens Chaghouani is het belangrijk dat leren  onderdeel is van het primaire proces en niet het secundaire proces. ‘Fouten maken moet mogen. Ook is het van belang om meer emotie in het werk toe te laten. Dat maakt het verschil: we maken het persoonlijker.’ Gerritsen vindt dat ambtenaren meer in de praktijk moeten kijken. ‘Met een open mind, wees nieuwsgierig, dan komen grote bewegingen vanzelf op gang.’ ‘Iedereen kan op zijn eigen plek het verschil maken’, vult Zuurmond aan. De hoofdles is, aldus Uijlenbroek, ‘dat je je niet achter het systeem moet verschuilen.’

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *