A&O Leaderboard event 2025

Fouten maken mag in Wormerland

28 jan 2026
Julia Laar bij gemeente Wormerland
Beeld: Gemeente Wormerland

Wormerland staat nog aan het begin van het participatieproces, maar mag zich nu al koploper noemen. De gemeente koestert de relatie met de verschillende dorpen, en wil die nu verder verdiepen, door vooral faciliterend op te treden. Dat gaat al lerend, want: fouten maken mag, mits je daar eerlijk over bent.

Wormer, Spijkerboor, Jisp, Neck, Wijdewormer, Oostknollendam; het Noord-Hollandse polderland ten oosten van de Zaan is bestrooid met kleine dorpjes. Tot in de jaren negentig waren een aantal van die plaatsen zelfstandige gemeenten; sinds de fusie maken ze al ruim dertig jaar deel uit van de gemeente Wormerland, met ruim 16.000 inwoners. Maar de relatie met de dorpen bleef bestaan, in de vorm van contact­commissies, bestaande uit inwoners van de dorpen. ‘Die zijn een fijne brug tussen de inwoners en de gemeente’, zegt Julia Laar, projectleider in Wormerland. ‘De commissies zijn onze belangrijkste samenwerkings­partner in de kernen. Ze weten vaak beter wat er speelt dan wij.’ Als gevolg van het nieuwe participatiebeleid worden de werkafspraken met de contactcommissies geüpdatet. En of Wormer zelf, de plaats waar het gemeente­huis staat, niet óók een contact­commissie moet hebben.

Opnieuw beginnen

Het hernieuwde contact met de commissies vormt een van de onderdelen van het nieuwe participatiebeleid. ‘Ons beleid was toe aan vernieuwing,’ legt wethouder Rick Ossendorp uit. Na de verkiezingen van 2022 spraken de coalitiepartijen daarom af het beleid opnieuw op te stellen. Dat gebeurt met vallen en opstaan, lacht Ossendorp. Het basisstuk dat werd opgesteld, moest het startstuk worden van een gezamenlijk gesprek op het gemeentehuis over de koers. Maar deelnemers zagen het startdocument al snel als vaststaand beleid. ‘Dat was niet wat we wilden,’ zegt Ossendorp.

Wormerland begon opnieuw, met een rondgang door de organisatie en langs de contactcommissies en de gemeenteraad. Ossendorp is enthousiast over de conclusies. ‘Participatie is maatwerk,’ zegt hij, ‘en vraagt om respect voor elkaars toevoegingen, belangen en rollen. Maar transparantie is minstens zo belangrijk. Je kunt in een traject wel stapels documenten over de inwoners uitstrooien, maar is dat nou de openbaarheid die we zoeken? We willen de inwoner bedienen. Transparantie betekent dan vooral dat je zaken uitlegt in de taal die mensen snappen. En dat we duidelijk uitspreken wat we van elkaar kunnen verwachten.’

De Noord-Hollandse gemeente maakt daarbij onderscheid tussen bewoners­participatie en overheids­participatie. Bij de eerste variant ligt het initiatief bij de gemeente, die inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden uitnodigt om mee te denken over een traject. Bij overheids­participatie ligt het initiatief juist bij de inwoners, en doet de gemeente mee. Die variant vergt nog oefening, zegt Laar. ‘We kunnen niet verwachten dat bewoners altijd vanuit hunzelf met initiatieven komen om bijvoorbeeld de leefbaarheid te verbeteren. Dat willen we wel beter faciliteren.’

*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 60: Burgerparticipatielees hier verder.

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meer nieuws