Iedereen praat mee, iedereen heeft een mening — en toch komt er weinig echt in beweging. Marja Wagenaar ziet het dagelijks gebeuren. Volgens haar ontstaat pas echte daadkracht wanneer leiders durven ingrijpen in hoe besluiten tot stand komen. Dat vraagt om scherpte, richting en soms het moedige woord waar veel bestuurders voor terugschrikken: nee!
‘Slechte besluiten zijn vaak het grootste lek in een organisatie,’ zegt Marja Wagenaar, CEO van adviesbureau Leadershipint. In januari verschijnt haar boek Onvoorwaardelijke besluiten In 10 Stappen bij uitgeverij Van Duuren Management. Op het omslag staat: ‘voor leiders met lef’. Want daar draait het volgens Wagenaar om: een goede leider is een moedige leider die besluiten durft te nemen, ook als dat lastig is.
Wereld winnen
Wagenaar adviseert leiders in zowel bedrijfsleven als publiek domein. Zelf heeft ze bestuurlijke en politieke ervaring, ze was onder meer Tweede Kamerlid voor de PvdA. Ze heeft een fascinatie voor leidinggeven omdat daar volgens haar een wereld te winnen valt. ‘Slechte besluitvorming kost niet alleen geld,’ zegt ze. ‘Het demotiveert mensen ook enorm. Medewerkers krijgen een bore-out als er geen beslissingen worden genomen. Of als er alleen besluiten worden genomen met zoveel mitsen en maren dat niemand er blij van wordt, dan is het vaak een laf compromis. Het gezag van de leiding erodeert daardoor, en dat wil niemand.’
Volgens Wagenaar is het een misverstand dat de overheid hier slechter in is dan het bedrijfsleven. ‘In mijn ervaring stuiten ze op dezelfde problemen. Grote bedrijven zijn vaak net zo bureaucratisch. De besluitvorming is in het openbaar bestuur soms zelfs efficiënter omdat het in de openbaarheid gebeurt.’
De traagheid van openbaar bestuur zit hem in iets anders, zegt Wagenaar. ‘Als bestuurder moet je rekening houden met een veel breder scala aan belanghebbenden, en met alle democratische processen.’ Maar hierin schuilt meteen het gevaar waar bestuurders wel gevoelig voor zijn, voegt ze daaraan toe. ‘Dat is de neiging om gemiddelde oplossingen te bedenken voor gemiddelde mensen met een gemiddelde smaak. Dat zijn vaak niet de beste besluiten. Je praat dan net zo lang door tot je een heel zwak compromis hebt waarvan niemand echt enthousiast wordt. Iedereen denkt: nou, vooruit dan maar. Zo’n compromis is bijna altijd een vorm van symptoombestrijding. Je lost alleen het probleem niet op.’
Wagenaar pleit ervoor om een duidelijke richting te kiezen. Als voorbeeld noemt ze de asieldiscussie. ‘Neem bijvoorbeeld Ter Apel: één asielzoeker meer dan het getal van 2.000 en er is een boete. Een typisch geval van pleisters plakken. De echte vraag is: wil je nou wel of niet een Spreidingswet? Wil je de asielinstroom beperken of juist uitbreiden? Je moet een duidelijke keuze maken, anders kom je niet verder.’
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 61: Ambtelijke helden gezocht, lees hier verder.


