Als iemand weet hoe het is om ruimte te creëren om moreel te handelen binnen een overheid die daar niet altijd op is toegerust, is het Rabin Baldewsingh. Een gesprek over institutioneel racisme, inclusief leiderschap en ambtelijke moed.
Nee, voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) waren de afgelopen jaren niet de gemakkelijkste. Vertegenwoordigers van het (inmiddels gevallen) kabinet deden zowel intern als naar de buitenwereld vermeend racistische uitspraken en de extreemrechtse rellen in Den Haag bevestigden nog maar eens het giftige sentiment dat woekert in delen van de samenleving. Precies datgene waar Rabin Baldewsingh tegen strijdt, in beleid en in de praktijk. Als nationaal coördinator is het zijn taak om racisme en discriminatie te bestrijden en diversiteit en inclusie te bevorderen. ‘Ik heb veel pushback ervaren de afgelopen periode,’ beaamt hij. ‘Het is helaas alsof we een aantal stappen terug hebben gezet.’
Heisa maken
Na de grote verkiezingswinst van de PVV in 2023 realiseerde Baldewsingh zich dat zijn werk lastiger zou worden. ‘Ik kreeg te maken met mensen die discriminatie en racisme bagatelliseerden. Na de Maccabi-rellen in Amsterdam brachten bepaalde politici een hiërarchie aan, waarin de ene vorm van discriminatie erger zou zijn dan de andere (antisemitisme boven moslimdiscriminatie, red.). In het algemeen heeft het demissionair kabinet de deur opengezet naar meer openlijk racisme.’ En bovendien werd zijn eigen mandaat ‘een beetje uitgekleed’. Waar de NCDR aanvankelijk een nationaal programma tegen racisme en discriminatie zou ontwikkelen, is zijn rol vanaf 1 januari 2026 beperkt tot een adviesfunctie. ‘Dus adviseren, dat ga ik stevig doen, op mijn eigen manier,’ zegt Baldewsingh met een glimlach. ‘Ik zal best wel wat heisa blijven maken.’
Dagelijks racisme
Dat dat nodig blijft, in de buitenwereld en binnen de overheid, behoeft weinig betoog. Baldewsingh wijst op een personeelsenquête (PER) die de rijksoverheid uitvoerde in 2023, waaruit bleek dat een op de tien ambtenaren te maken kreeg met racisme op de werkvloer. Van de werknemers met een niet-Europese migratieachtergrond was dit zelfs 29 procent. Recenter, in 2024, stuurden vijftig rijksambtenaren een brandbrief naar toenmalig minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), waarin zij stelden ‘dagelijks geconfronteerd’ te worden met racisme. Institutionele discriminatie is zo hardnekkig doordat het heel diep zit, zegt Baldewsingh. ‘Het wordt niet gevoeld en gezien door de mensen die aan de knoppen draaien. En als je het zelf niet ziet, dan denk je dat het niet bestaat. Dat zag je heel nadrukkelijk bij het toeslagenschandaal: mensen riepen wel dat het misging, maar werden niet geloofd.’
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 61: Ambtelijke helden gezocht, lees hier verder.
