Tekst: Rutger van den Dikkenberg
De afwikkeling van de toeslagenaffaire laat zien dat de overheid het bedrijfsleven en andere private organisaties nodig heeft om grote maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Dat zeggen Maurits Sanders en Ronald Pieters, als docent en deelnemer verbonden aan Nyenrode Business Universiteit. Zij ontwikkelden een visie op een gezamenlijk publiek-privaat loket waarin overheid, financiële instellingen en maatschappelijke organisaties rondom de burger samenwerken.
De samenleving wordt complexer, ziet Maurits Sanders. Naast eigenaar van adviesbureau PPS Construct is hij kerndocent van de Modulair Executive MBA-module Private Publieke Samenwerkingen bij Nyenrode Business Universiteit. Al ruim 20 jaar doet hij onderzoek naar de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. De overheid, ziet hij, kan maatschappelijke veranderingen amper bijbenen. ‘De toenemende complexiteit van maatschappelijke problemen en de zware verkokering zitten het vermogen om deze op te lossen stevig in de weg.’ Nederland staat daarom voor een grote herordening van de manier waarop maatschappelijke problemen worden aangepakt, stelt hij. Die kunnen alleen nog maar worden opgelost als overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners de handen ineenslaan.
Samenwerking zoeken
Publiek-private samenwerking richt zich van oudsher vooral op het ruimtelijk domein, maar is inmiddels ook op andere beleidsterreinen, zoals veiligheid of gezondheid, een beproefde organisatievorm. Het zijn domeinen die traditioneel worden gezien als een kerntaak van de overheid, beaamt Sanders. ‘Maar we zien dat die taken onder druk komen te staan. De veiligheidsdiensten hebben bijvoorbeeld onvoldoende kennis in huis om AI of cybercrime goed te begrijpen. Op het moment dat je vraagstukken niet kunt doorgronden of niet de capaciteit hebt om ze volledig aan te pakken, dan kun je niet uitsluitend binnen de muren van de overheid blijven opereren. Dan moet je de samenwerking zoeken.’
Servicegerichtheid
Ronald Pieters heeft jarenlange ervaring in de bankwereld, waar hij werkte als directeur retail & advies. Net als andere bedrijfstakken worstelen ook banken met de vraag hoe je in een wereld die in toenemende mate digitaliseert, oog kunt houden voor persoonlijke contact. Niet het proces, maar de relatie moet leidend zijn, zegt Pieters. ‘De klant heeft één vaste adviseur die hem of haar goed kent. De adviseur is het vaste aanspreekpunt voor alle financiële vragen en betrekt bij complexere situaties de juiste specialisten, zonder de klant van het kastje naar de muur te sturen. Elkaar kennen vormt de basis voor het vertrouwen dat cruciaal is om mensen werkelijk te helpen.’ Waarom lukt het de overheid niet om inwoners op deze manier te helpen? En hoe kan het bedrijfsleven helpen? Die vragen vormden voor Pieters de reden om zich bij Nyenrode te verdiepen in publiek-private samenwerking. Zijn conclusie: publiek-private samenwerking is een randvoorwaarde om iedereen te helpen die met toeslagen te maken heeft. ‘We willen vooral lessen trekken voor de hele samenleving,’ benadrukt Pieters. ‘Denk alleen al aan de ruim 6 miljoen huishoudens die met een toeslag te maken hebben. Als we voor hen eenvoud, overzicht en menselijk contact kunnen waarborgen, maken we het systeem rechtvaardiger en toekomstbestendiger.’
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 61: Ambtelijke helden gezocht, lees hier verder.


