Of het nu gaat om leefbaarheid, het sociaal domein, energie, veiligheid of ruimtelijke ordening… De maatschappelijke vraagstukken waar Nederland voor staat zijn zo complex, dat geen enkele organisatie ze alleen kan oplossen. Er is dus samenwerking nodig tussen de overheidslagen, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners. Dat is allerminst vanzelfsprekend.
Onderzoeker Wim Oosterveld werkt inmiddels anderhalf jaar bij het interbestuurlijke programma Agenda Stad. Zijn opdracht: het verkennen van de zogenoemde feedback loop tussen praktijk en beleid.
Hoe kunnen signalen uit de samenleving sneller en effectiever landen in beleid en uitvoering? Tijdens zijn onderzoek ontdekte Oosterveld dat feedback loops overal aanwezig zijn, maar dat ze lang niet overal goed functioneren. Ze zijn geen exclusief rijksvraagstuk, maar een verantwoordelijkheid van het hele publieke domein, stelt hij. ‘Overal, van beleid tot uitvoering en van onderzoek tot evaluatie, zijn verbindingen cruciaal om feedback loops beter te laten werken en impact te vergroten. Het publieke domein bestaat uit een uitgebreid ecosysteem van mensen die informatie produceren, interpreteren en doorgeven. Soms sluiten die puzzelstukjes goed op elkaar aan, maar vaak ook niet.’ Zijn eerste advies is dan ook simpel maar fundamenteel: ga beter luisteren en vraag door. ‘Alleen zo wordt duidelijk welke signalen ertoe doen, waar knelpunten ontstaan en hoe verschillende partijen elkaar kunnen versterken.’
Lapje in de deken
Een belangrijke inspiratiebron voor Oosterveld is het boek De logica van de lappendeken van veranderkundige Hans Vermaak. Vermaak beschrijft maatschappelijke vraagstukken als gedeelde problemen waar geen enkele organisatie eigenaar van is, en waar geen enkele organisatie zonder anderen uitkomt. Elke actor is een lapje in een grotere deken, en pas wanneer de mensen achter die organisaties zich met elkaar verbinden, ontstaat een samenhangend geheel, de lappendeken.
Hij noemt dit verbindingswerk cruciaal in rijksbeleid. ‘Het maakt beleid effectiever, versnelt leren en zorgt ervoor dat de impact van ieders inzet groter wordt.’ Binnen programma’s zoals Agenda Stad, de Regio Deals en de Nationale Programma’s voor Vitale Regio’s en Leefbaarheid en Veiligheid zijn verbindende rollen al zichtbaar. Daar werken rijksambtenaren nauw samen met lokale netwerken of met relevante stakeholders rond een thema. Niet vanwege hun specifieke inhoudelijke expertise, maar vanwege hun vermogen om werelden te verbinden. Hij pleit ervoor dat iedere ambtenaar die werkt op de grens van binnen en buiten verbindingsvaardigheden zou moeten ontwikkelen. ‘Zeker bij gebiedsgericht of opgavegericht werken zou dit standaard in je repertoire moeten zitten.’
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 61: Ambtelijke helden gezocht, lees hier verder.


