De rechtbank Midden-Nederland heeft geoordeeld dat de gemeente Dronten onvoldoende heeft onderzocht of windturbines van Windplan Blauw voldoen aan de geldende geluidsnormen. De uitspraak raakt daarmee aan een bredere vraag: in hoeverre mogen overheden bij toezicht en handhaving vertrouwen op modellen en simulaties?
De zaak draaide om een handhavingsverzoek van omwonenden van het windpark in Swifterbant. Zij stelden dat sprake was van structurele geluidsoverlast en vroegen de gemeente om op te treden.
Rechtbank verlangt feitelijke controle
De gemeente wees het verzoek af. Volgens het college voldeden de windturbines aan de normen op basis van simulaties, verificatiedocumenten en gegevens van fabrikant Vestas.
De rechtbank gaat daar niet volledig in mee. Volgens de rechters is het gebruik van berekeningen en simulaties bij vergunningverlening toegestaan, maar moet een overheid bij handhaving ook onderzoeken of de situatie in de praktijk overeenkomt met die modellen.
Omdat geen fysieke geluidmetingen waren uitgevoerd, vond de rechtbank het onderzoek onvoldoende zorgvuldig.
Bewoners hoeven overtreding niet zelf te bewijzen
Volgens de rechtbank hoeven bewoners niet zelf aan te tonen dat geluidsnormen worden overschreden. Wel moeten zij voldoende aanknopingspunten geven voor nader onderzoek.
Daar was volgens de rechtbank sprake van. Omwonenden hadden structurele klachten gemeld over geluidsoverlast van het windpark.
De rechtbank benadrukt dat het voor inwoners moeilijk is om zelfstandig metingen uit te voeren of overschrijdingen technisch vast te stellen.
Gemeente moet nieuw onderzoek uitvoeren
De gemeente Dronten moet nu alsnog een representatief geluidsonderzoek uitvoeren. Daarbij moet worden gemotiveerd waarom gekozen meetperiodes representatief zijn voor de jaarlijkse geluidsbelasting.
Voor het nieuwe onderzoek en een nieuw besluit krijgt de gemeente maximaal vijftien maanden de tijd.
Uitspraak raakt bredere discussie over overheidshandhaving
De uitspraak kan ook relevant worden voor andere dossiers waarbij overheden sterk leunen op modellen, simulaties en berekeningen. Denk aan geluidsoverlast rond infrastructuur, industrie en luchtvaart.
De rechtbank trekt het gebruik van modellen niet in twijfel, maar maakt wel duidelijk dat bestuursorganen bij handhaving voldoende zicht moeten hebben op de feitelijke situatie.
Daarmee onderstreept de uitspraak dat toezicht niet uitsluitend op papieren aannames kan rusten wanneer inwoners structureel overlast melden.
