Tien jaar na de invoering van de grote decentralisaties in zorg en ondersteuning blijkt dat de beoogde verbeteringen voor veel mensen niet zijn bereikt. Uit een analyse van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) komt naar voren dat vooral mensen met meervoudige en complexe problemen vaak te weinig, te laat of helemaal geen hulp ontvangen. Daardoor raken zij verder in de knel en neemt de druk op zwaardere vormen van zorg toe.
Het SCP stelt dat het tijd is om fundamentele keuzes te maken. In plaats van telkens te sleutelen aan de manier van financieren of organiseren, moet eerst duidelijk worden welke doelen en waarden centraal moeten staan in het stelsel. Pas daarna kan de inrichting en bekostiging worden bepaald.
De praktijk laat zien dat verwachtingen en werkelijkheid uit elkaar lopen. Burgers verwachten meer dan de overheid kan of wil bieden, terwijl gemeenten en aanbieders nog te vaak aanbodgericht werken en onvoldoende uitgaan van de werkelijke hulpvraag. Binnen wetten en domeinen botsen bovendien waarden en regels, wat zorgt voor tegenstrijdige boodschappen en wantrouwen.
Daarnaast wordt de zelfredzaamheid van burgers vaak overschat. Kwetsbare groepen hebben blijvende ondersteuning nodig, maar de huidige manier van werken sluit daar onvoldoende bij aan. Fragmentatie in de uitvoering versterkt dit probleem, omdat organisaties en hulpverleners vaak los van elkaar opereren en geen integraal beeld hebben van de situatie. Marktwerking zorgt er bovendien voor dat lichtere problematiek meer aandacht krijgt, terwijl de zwaardere gevallen blijven liggen.
Het SCP werkt aan bouwstenen voor een nieuw stelsel dat beter aansluit bij de leefwereld van mensen en minder wordt bepaald door de grenzen van wetten en organisaties. Daarbij is het uitgangspunt dat ondersteuning toekomstbestendig moet zijn en daadwerkelijk moet bijdragen aan het oplossen van de knelpunten die de afgelopen tien jaar zichtbaar zijn geworden.
