De overheid weet vaak al welke burgers hulp nodig hebben, maar handelt te laat of helemaal niet. Daardoor missen mensen ondersteuning waar zij recht op hebben en groeit het wantrouwen richting de overheid. Dat schrijft de Nationale ombudsman in samenwerking met de Veteranenombudsman en de Kinderombudsman in hun jaarverslag over 2025, met als titel Doen wat nodig is.
Volgens Nationale ombudsman Reinier van Zutphen ontbreekt het de overheid niet aan informatie, maar aan initiatief. In veel gevallen is al bekend wie ondersteuning nodig heeft en op welke manier die hulp geboden kan worden. Toch blijft actie regelmatig uit, waardoor mensen verder in de problemen raken.
De ombudsman wijst onder meer op de eerder aangekondigde bezuiniging uit de Voorjaarsnota op het actief benaderen van mensen die recht hebben op bijstand, maar die niet ontvangen. Van Zutphen was daar al kritisch over. Volgens hem heeft juist deze groep ondersteuning hard nodig en verdient zij een overheid die mensen opzoekt, in plaats van afwacht.
Alleen weten wie hulp nodig heeft, is volgens Van Zutphen niet genoeg. Als voorbeeld noemt hij het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat in 2025 voor de derde keer werd opengesteld. Alleen mensen met een DigiD en voldoende digitale vaardigheden konden een aanvraag doen. Bovendien was het beschikbare budget niet gebaseerd op de omvang van het probleem, maar op de bijdrage van energiemaatschappijen.
Wie niet kon inloggen of te laat was, bleef met lege handen achter. Daardoor bleven juist kwetsbare huishoudens buiten beeld, stelt de ombudsman. Omdat de onzekerheid over energieprijzen ook in 2026 aanhoudt, roept hij het kabinet op het fonds dit keer toegankelijk te maken voor iedereen.
Om het vertrouwen in de overheid te herstellen, zijn volgens Van Zutphen fundamentele veranderingen nodig. Hij pleit onder meer voor het automatisch toekennen van uitkeringen en toeslagen waar dat mogelijk is, het verminderen van administratieve lasten en het bieden van meer zekerheid aan burgers. Toegekende ondersteuning moet bijvoorbeeld niet zomaar worden teruggedraaid.
In 2025 ontvingen de ombudsmannen samen 25.000 klachten en signalen. Die laten volgens Van Zutphen zien dat behoorlijk overheidshandelen geen vanzelfsprekendheid is, maar dagelijkse inzet vraagt: aan de telefoon, aan de balie, bij het maken van beleid en bij politieke keuzes.
