Karremans wil de komende vijftien jaar 2,3 miljard euro besparen door nieuwe infrastructuur zoveel mogelijk te standaardiseren. Geen afzonderlijke ontwerpen van architectenbureaus meer, maar bruggen en andere kunstwerken die volgens vaste modellen worden gebouwd. Ook gemeenten en provincies krijgen minder ruimte om aanvullende eisen te stellen. Willen zij meer dan het strikt noodzakelijke, dan moeten zij de extra kosten zelf betalen.
Dat meldt de Volkskrant naar aanleiding van een interview met de minister in De Telegraaf. Aanleiding zijn de grote financiële tekorten bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Tot 2040 ontbreken tientallen miljarden euro’s voor noodzakelijk onderhoud en nieuwe infrastructuur.
Wat is overbodige luxe?
Dat standaardisering kosten kan besparen, ligt voor de hand. Maar de grens tussen overbodige luxe en gerechtvaardigde kwaliteit is minder eenvoudig te trekken. Karremans spreekt over ‘luxe-eisen’ van lokale overheden en noemt als voorbeeld gemeenten die een padelbaan boven op een tunnel zouden willen. Een aansprekend voorbeeld, met als enige bezwaar dat het niet blijkt te bestaan. Bij navraag van de Volkskrant blijkt het voorbeeld fictief.
Een concreet voorbeeld dat het ministerie wel aandraagt, is de Hollandtunnel bij de A24. Die werd aangelegd om het landschap in Midden-Delfland te sparen, tegen 80 miljoen euro extra kosten. Alleen kwam deze kostbare wens niet van een gemeente of provincie, maar van de Tweede Kamer. Met het woordr ‘luxe’ wekt Karremans de indruk dat alles wat verder gaat dan de meest sobere uitvoering vooral geldverspilling is. Daarmee doet hij weinig recht aan de afwegingen over leefbaarheid en landschappelijke kwaliteit die bij zulke projecten worden gemaakt.
Ook veiligheidseisen ter discussie
Karremans wil daarnaast besparen op veiligheidseisen. Nederland hanteert voor bruggen en tunnels op sommige punten strengere normen dan de Europese regelgeving voorschrijft. De minister wil onderzoeken waar die eisen kunnen worden versoepeld.
Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat infrastructuur onveilig wordt. Wel roept het de vraag op welke afwegingen ten grondslag liggen aan de huidige, strengere normen en wat een versoepeling daarvan in de praktijk betekent.
Vrijdag presenteren Karremans en staatssecretaris Annet Bertram (CDA) welke infrastructurele projecten voorrang krijgen en welke worden uitgesteld of geschrapt. De financiële noodzaak om keuzes te maken is duidelijk. Maar goedkoper bouwen gaat niet alleen over technische normen en aanlegkosten. Het uitgangspunt is herkenbaar liberaal: wie meer wil, betaalt zelf. Alleen blijft de vraag wat precies als ‘meer’ moet worden beschouwd. Landschappelijke inpassing en leefbaarheid zijn immers niet per definitie overbodige extra’s.