Het idee dat jonge ambtenaren eerder vertrekken bij kleine dan bij grote gemeenten, lijkt niet op cijfers gebaseerd. Onderzoekers Carina Hellings en Marlies Rosenbrand doken in data van het CBS.
Hun onderzoek is een samenwerking tussen A&O fonds Gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Carina Hellings is programmamaker bij A&O fonds, Marlies Rosenbrand is beleidsadviseur data bij VNG. Op basis van CBS-data kunnen zij de mythe ontkrachten. ‘De vertrekkans is bij alle gemeenten 1 op de 10,’ vat Rosenbrand de conclusie samen.
Harde cijfers
Waar het idee exact vandaan komt, dat jonge ambtenaren sneller zouden weggaan bij kleine gemeenten, daar komen we zo nog over te spreken. Het is in elk geval een gedachte die leeft bij kleine gemeenten zelf. ‘Daarom leek het ons goed om dit eens uit te zoeken,’ zegt Hellings. De onderzoekers kregen hulp van ABF Research, die op hun verzoek de juiste gegevens ophaalde bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dus geen enquêtes, geen interviews, maar harde cijfers. Rosenbrand beschrijft het belangrijkste inzicht dat die cijfers hebben opgeleverd. ‘Stel, je volgt honderd jonge ambtenaren bij kleine gemeenten, en honderd jonge ambtenaren bij grote gemeenten. Dan heeft na een jaar gemiddeld 10 procent van elke groep, dus tien jonge ambtenaren in dit geval, inmiddels een andere baan. Kortom, die kans is precies even groot bij kleine gemeenten als bij grote gemeenten. Met jonge ambtenaren bedoelen we ambtenaren van 25 tot en met 35 jaar.’
Daarmee is de mythe ontkracht. Rosenbrand en Hellings hebben niet onderzocht waar die mythe vandaan komt, maar zijn wel bereid enkele vermoedens te delen. Rosenbrand: ‘Als jij iemand in dienst neemt van een jaar of 27, die net van de universiteit of van het hbo komt, dan zou ik me kunnen voorstellen dat dit bij een kleine gemeente meer opvalt dan bij een grote gemeente. Gewoon omdat de omgeving kleiner is. En dan valt het dus ook meer op wanneer diegene weer vertrekt.’ ‘Wat ook zal meespelen,’ vult Hellings aan, ‘is dat jongeren sowieso vaker van baan veranderen. Dus dat kan bijdragen aan het gevoel bij die kleine gemeenten: hé, er vertrekken steeds jonge ambtenaren. Terwijl dat dus voor alle jongeren geldt, bij alle gemeenten.’
En zo is er nog een bekend patroon dat relevant zou kunnen zijn. Rosenbrand: ‘Mensen die recent van baan zijn gewisseld, doen dat sneller dan medewerkers die al langer op dezelfde plek zitten. En jonge mensen hebben per definitie pas kort hun baan; vaak is hun werk als ambtenaar hun eerste echte baan. Dus is er een goede kans dat ze nog zoekende zijn, en dus ook dat ze weer vertrekken.’
Mythe nr. 2
Nog een mythe: jongeren vertrekken bij kleine gemeenten omdat ze bij hun volgende baan meer zouden gaan verdienen. En ook dit zou dan weer vaker gebeuren bij kleine dan bij grote gemeenten. Maar ook dit idee kan de prullenbak in, blijkt uit de statistieken. Rosenbrand: ‘Als je vanaf een kleine gemeente een stap maakt, is de salarisgroei vrijwel gelijk aan die van iemand die vanaf een grote gemeente vertrekt. Beide groepen groeien gemiddeld 9 à 10 procent in loon.’ Hellings: ‘Dus ja, je gaat doorgaans meer verdienen als je van baan wisselt, maar dat is altijd zo. Of je van een kleine of grote gemeente komt, maakt geen verschil.’
Dit zijn voor kleine gemeenten nuttige inzichten. Want als zowel salarisgroei als vertrekkans ongeveer gelijk is, dan zegt dat iets over de kleine gemeente als werkgever; die doet niet onder voor de grote gemeente. ‘En daar kunnen we nog iets leuks aan toevoegen,’ zegt Rosenbrand. ‘We weten namelijk ook dat jonge ambtenaren die vanuit een kleinere gemeente vertrekken, vaker opnieuw kiezen voor een gemeente als werkgever dan jonge ambtenaren die bij een grote gemeente vertrekken.’
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Publiek Denken 62: Next Gen Ambtenaar, lees hier verder.
