De Europese Unie balanceert tussen noodzaak en terughoudendheid. Terwijl geopolitieke spanningen en mondiale crises om meer Europese samenwerking vragen, groeit onder burgers en lidstaten het gevoel dat de EU te veel macht naar zich toetrekt. Hoe kan Europa hechter samenwerken zonder het democratische draagvlak te verliezen? Die vraag staat centraal in het promotieonderzoek van Lisanne Henneveld, die op vrijdag 24 oktober 2025 haar proefschrift verdedigt aan de Open Universiteit in Heerlen.
De behoefte aan Europese samenwerking is groter dan ooit. De dreiging van Rusland en China, en het groeiende internationale terrorisme, maken gezamenlijke actie noodzakelijk. Tegelijk leven zorgen over de macht van Brussel en de vrees dat de Europese Unie steeds meer bevoegdheden naar zich toetrekt — het zogenoemde competence creep.
Jurist Lisanne Henneveld onderzocht hoe de Europese Commissie het proces van Europese integratie aanstuurt en hoe zij rekening houdt met lidstaten, nationale parlementen en burgers. Haar proefschrift draagt de titel Naar een Europese Unie die beter bij de burger past.
Brug tussen beginselen en betrokkenheid
Centraal in Hennevelds onderzoek staan de beginselen waarop de Europese Unie rust: het attributiebeginsel, en de daarbij horende subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginselen. Ze onderzocht hoe de Europese Commissie en het Nederlandse parlement hiermee omgaan, en wat dat betekent voor legitimiteit en draagvlak.
Ook nam ze de Conferentie over de Toekomst van Europa (2022) onder de loep, waarin burgers uit heel Europa hun ideeën konden delen, en de voorgestelde Europawet, die beoogt de betrokkenheid van burgers bij de EU te versterken.
Enthousiasme, transparantie en debat
Henneveld concludeert dat meer kennis over Europa essentieel is — voor nieuwe parlementsleden, ambtenaren en burgers. De voorgestelde Europawet kan daarbij helpen, mits parlementen in Den Haag en Brussel beter samenwerken.
Volgens Henneveld vraagt Europese integratie om enthousiasme, transparantie en debat. Een grotere rol voor rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers kan leiden tot levendigere discussies, wat de betrokkenheid van burgers ten goede komt.
Ze benadrukt dat een Europese identiteit prima kan samengaan met nationale trots. ‘Nationale identiteit hoeft geen besmet begrip te zijn,’ stelt ze. ‘Juist via de actieve rol van Nederland in Europa kan dat bijdragen aan het draagvlak voor Europese samenwerking.’
Over de onderzoeker
Lisanne Henneveld-de Jong studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht en Europees- en internationaal recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze verdiepte zich al vroeg in de verhouding tussen Europa en nationale parlementen, onder meer via onderzoek naar de Mediationrichtlijn. Dat leidde tot haar promotieonderzoek aan de Open Universiteit. Henneveld is werkzaam als jurist in het bedrijfsleven.
