Zowel centrale als decentrale overheden betalen steeds hogere uurtarieven aan zelfstandigen. Vooral voor hooggekwalificeerde kennisfuncties zijn overheden bereid meer te betalen. Dat blijkt uit de nieuwste editie van de Talent Monitor, een gezamenlijke uitgave van HR-techdienstverlener HeadFirst Group en arbeidsmarktdata-specialist Intelligence Group.
Bij de centrale overheid kwam het gemiddelde uurtarief van zelfstandigen eind 2025 uit op 111,68 euro, een stijging van 3,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Over heel 2025 bedraagt de gemiddelde groei 2,1 procent: van 107,52 euro in 2024 naar 109,25 euro. Ter vergelijking: in 2022 lag het gemiddelde tarief nog op 96,96 euro. Daarmee zet de meerjarige stijgende trend door.
Ook bij de decentrale overheid stijgen de tarieven. Eind 2025 lag het gemiddelde uurtarief op 104,45 euro, een toename van 3,7 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2024. Over heel 2025 groeide het gemiddelde tarief met 4,5 procent, van 99,57 euro in 2024 naar 104,04 euro. In 2022 bedroeg het gemiddelde hier nog 88,72 euro. Volgens de onderzoekers wijst deze ontwikkeling op aanhoudende schaarste aan specialistische kennis binnen het publieke domein.
Zowel centrale als decentrale overheden zetten flexibel werkenden vooral in op het gebied van beleid, organisatie en IT. Bij de centrale overheid zijn softwareontwikkelaars het meest gevraagd, met een gemiddeld uurtarief van 102,40 euro. Ook bedrijfskundigen en organisatieadviseurs zijn veelgevraagd; zij ontvangen gemiddeld 117,48 euro per uur.
Bij de decentrale overheid staat de beleidsadviseur bovenaan de lijst, met een gemiddeld uurtarief van 103,42 euro. Ook hier volgen bedrijfskundigen en organisatieadviseurs, met een gemiddeld tarief van 106 euro.
Tegelijkertijd is het aantal opdrachten voor flexibel werkenden in 2025 duidelijk afgenomen. Vij de centrale overheid startte 2025 met 795 opdrachten, tegenover 1.191 in dezelfde periode een jaar eerder. Bij de decentrale overheid werden begin 2025 461 opdrachten uitgezet, terwijl dat er een jaar eerder nog 761 waren.
