nieuws

Pas op voor opkomend precariaat!

Het sociaal domein is de afgelopen jaren flink opgeschud. De decentralisatie van veel taken naar gemeenten – gevat in de begrippen ‘transitie’ en transformatie’ – heeft tot wisselende resultaten geleid, per gemeente en per sector. De vraag is: waar staan we nu?

De opvattingen daarover verschillen. Kinderombudsman Margarite Kalverboer is vooralsnog zeer kritisch, de Rotterdamse hoogleraar Algemene Sociologie en WRR-lid Godfried Engbersen is milder in zijn oordeel, al ziet ook hij dat niet alles loopt zoals het zou moeten. Behalve door zijn wetenschappelijke onderzoek (wat hem ooit de bijnaam ‘armoedeprofessor’ opleverde) is hij bij het sociaal domein betrokken als voorzitter van de erkenningscommissie Maatschappelijke ondersteuning, participatie en veiligheid en als bestuurslid van het Oranje Fonds voor sociale initiatieven.[blendlebutton]Vooropgesteld: er zit logica achter de decentralisering, vindt hij. ‘De gemeente zit dicht op de huid van de samenleving, al zijn er soms ook gemeenten die ziende blind zijn. Lokale bestuurders hebben een grote mate van praktische wijsheid nodig om de schaarse middelen te besteden, ze worden door de decentralisatie gedwongen om niet alleen de wet, maar ook de samenleving goed te kennen. Dat is winst.’
Ook goed is wat hem betreft dat er steeds meer sprake is van professionalisering en evidence based policies. ‘Er wordt minder met de natte vinger gewerkt, activiteiten worden beter onderbouwd. Dat is goed, je hebt een goede gereedschapskist nodig voor je interventies, al moet de intuïtie van de mensen ‘op de werkvloer’ in ere worden gehouden. Er is een precaire balans tussen beide.’
Minder positieve ontwikkelingen zijn de fragmentering – het veld is onoverzichtelijk geworden door het uitbesteden van taken aan instellingen en bureautjes – en natuurlijk de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Ook hebben veel mensen die in het sociaal domein werken de professionaliseringsslag niet of nog onvoldoende gemaakt.

Selectiviteit
De grote veranderingen van de afgelopen jaren hebben geen oplossing gebracht voor het probleem van de selectiviteit: de meest kwetsbare groepen worden niet voldoende bereikt. Dit probleem is zelfs groter geworden door de toegenomen nadruk op zelfredzaamheid. Engbersen: ‘Veranderingen hoeven niet altijd een verslechtering te zijn. De veerkracht in de samenleving is enorm, mensen hebben een groot talent om zich aan te passen aan veranderingen. De een slaagt daar beter in dan de ander en je hebt groepen die niet of veel minder goed in staat zijn zichzelf te organiseren. Denk bijvoorbeeld aan immigranten, functioneel analfabeten of aan mensen die gewoon onhandig zijn. Je ziet weliswaar ook bij deze kwetsbare groepen dat ze strategieën ontwikkelen om zich staande te houden – ze gaan zwart klussen, om eens wat te noemen – maar het sociaal beleid zou zich vooral op hen moeten richten. De realiteit is ondertussen dat deze groepen juist slecht worden bereikt, mede door de versplintering in de uitvoering van het beleid. We moeten oppassen dat er geen ‘precariaat’ ontstaat.’ Met dat begrip, een combinatie van precair en proletariaat, wordt de groeiende groep mensen aangeduid die te lijden heeft onder onzekerheid, op sociaal, economisch, cultureel en politiek vlak.
Het terugtreden van de overheid leidt ertoe dat het particulier initiatief weer belangrijker wordt. Een goed voorbeeld daarvan zijn de voedselbanken. Ook is er een toename van filantropie, dat zorgt voor nieuwe vangnetjes onder het vangnet van de overheid waar gaandeweg gaten in gaan vallen. Maar ook deze particuliere initiatieven kennen een zekere mate van selectiviteit en bereikt sommige groepen niet. De vrijwilligers die zich voor alle initiatieven inzetten – vaak hoger opgeleiden – hebben een bepaalde blik waardoor ze ‘anderen’ over het hoofd dreigen te zien. Meer oog voor die anderen buiten de eigen kring is nodig, want anders dreigt het mattheüseffect: de rijken worden rijker, de armen armer. Anders gezegd: het gaat erom dat je niet alleen de besten van de slechten helpt, maar ook de mensen die echt aan de onderkant zitten.

Slimme keuzes
Het mattheüseffect is niet onvermijdelijk, benadrukt Engbersen. Juist de decentralisatie kan eraan bijdragen dat er effectief tegen dit verschijnsel wordt opgetreden. ‘Gemeenten moeten hun stad ‘lezen’ en inzien dat niet elke wijk hetzelfde nodig heeft. In Rotterdam hebben de mensen in Kralingen meer veerkracht dan in de Afrikaanderwijk. In Kralingen zullen eerder initiatieven vanuit de inwoners ontstaan, en dat betekent dat je als gemeente je aandacht meer op de Afrikaanderwijk moet richten. In het algemeen geldt dat de overheid niet overal hetzelfde moet willen doen, maar slimme keuzes moet maken voor de inzet van mensen en middelen.’
Belangrijk daarbij is het vertrouwen winnen van groepen die ver van de overheid af staan. ‘Vertrouwen win je niet zomaar, daarvoor is continuïteit nodig. Dat betekent dat er op uitvoeringsniveau heldere en zekere structuren moeten zijn. Het uitvoeringsapparaat draait op een goede docent of een goede wijkverpleegster, op mensen die het vertrouwen van deze groepen weten te winnen.’ Uiteindelijk zijn dit de mensen die het doen, niet de anonieme vertegenwoordigers van bureaucratische uitvoeringsinstellingen.

Dubbele opdracht
Ondanks de kritiek is Engbersen optimistisch gestemd. Hij ziet nieuw elan in het sociaal domein, dat volgens hem een soort dubbele opdracht heeft. Allereerst is dat voorkomen dat het al genoemde precariaat ontstaat, maar daarnaast mag het sociaal domein zich niet beperken tot de onderkant van de samenleving. ‘De middenklasse moet niet over het hoofd worden gezien, want juist voor deze groep verdwijnen veel zekerheden: vaste banen worden vervangen door flexcontracten, studiebeurzen worden leningen, mensen komen sneller in de bijstand. Het midden is kwetsbaarder geworden, het beroep op het sociaal domein zal alleen maar groeien en dat betekent dat het sociaal domein er ook voor deze groep moet zijn.’ Het is dan ook geen toeval dat de WRR momenteel bezig is met een onderzoek naar het reilen en zeilen van de middenklasse [/blendlebutton]

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *