De overheid was jarenlang onbetrouwbaar voor boeren. Wisselende regels, tegenstrijdige besluiten en uitgestelde beleidskeuzes leidden tot stilstand, stress en afnemend vertrouwen. Dat concludeert Nationale ombudsman Reinier van Zutphen in het rapport Een boer met kiespijn lacht niet, dat op 4 november is verschenen.
Voor het onderzoek spraken medewerkers van de ombudsman met 32 boeren uit verschillende sectoren en met belangenorganisaties, wetenschappers en andere betrokkenen. Boeren kregen onder meer te maken met veranderende regels over stikstof, mest, natuur en dierenwelzijn. Daardoor werden investeringen uitgesteld en kwamen plannen voor verduurzaming en innovatie in de knel. De onzekerheid had ook gevolgen voor hun gezinsleven.
Volgens de ombudsman ontbrak het de overheid aan regie en samenhang. Regels van verschillende overheden sloten onvoldoende op elkaar aan en spraken elkaar soms tegen. Bovendien voelden boeren zich onvoldoende gehoord en werd hun kennis en ervaring te weinig benut bij het maken van beleid.
Van Zutphen adviseert de regering om langetermijndoelen wettelijk vast te leggen, de uitvoering beter te coördineren en boeren nadrukkelijker bij de besluitvorming te betrekken. Ook moet de overheid erkennen welke gevolgen het wisselende beleid voor boeren en hun gezinnen heeft gehad. Nieuw landbouwbeleid alleen is volgens hem onvoldoende om het verloren vertrouwen te herstellen.
Landbouwminister Jaimi van Essen herkent de kritiek. Hij zegt de aanbevelingen van de ombudsman ter harte te nemen en wil met zijn onlangs gepresenteerde stikstofbeleid meer duidelijkheid voor agrarische ondernemers scheppen.
