nieuws

Zelfredzaamheid in crisistijd: overheid maak keuzes!

Er is de afgelopen maanden flink wat veranderd in het welzijnswerk. Met mogelijk grote gevolgen voor het budget. Door over te stappen op een andere manier van financieren, kan de klap worden opgevangen, zegt zorgaanbieder Incluzio. En als er dan toch bezuinigd moet worden, dan graag in overleg met het veld, aldus vrijwilligersorganisatie Handjehelpen.

‘Door de coronacrisis heeft het welzijnswerk zijn relevantie laten zien,’ zegt Peter de Visser, directeur van Incluzio. ‘Welzijnswerkers waren op straat aanwezig, bleven in contact met bijvoorbeeld groepen jongeren die soms veel moeite hadden met het binnenblijven. Er is veel op welzijnswerk bezuinigd, maar nu is zichtbaar dat het een sleutelfunctie heeft.’ Dat is Irene Domburg, directeur van Handjehelpen en bestuurslid van brancheorganisatie Sociaal Werk Nederland van harte met hem eens. ‘Ons werk betekent veel voor zowel de vrijwilligers als de hulpvragers, blijkt uit een onderzoek van dit voorjaar naar het effect dat Handjehelpen heeft. Een hoog percentage van beide groepen geeft aan dat hun kwaliteit van leven is verbeterd, dat ze nieuwe dingen leren en ondernemen. Deze crisis heeft extra duidelijk gemaakt dat het sociaal domein van wezenlijk belang is voor de maatschappij. Ik hoop dat gemeenten dat voor ogen houden in hun visie op de toekomst.’

Beeldbellen
Er is de laatste maanden veel veranderd in het contact tussen medewerkers en hulpvragers. Zowel de professionele hulpverleners van Incluzio, als de vrijwilligers van Handjehelpen konden ineens niet meer bij hulpvragers thuis komen. De Visser: ‘Daardoor hebben we bewuste keuzes moeten maken. Medewerkers wegen voor elk gesprek af of het passend en nodig is om met mensen af te spreken, of dat het ook bijvoorbeeld via een beeldverbinding of telefonisch kan. We werken meer digitaal en we kunnen bijvoorbeeld voor mensen die dement aan het worden zijn kleine robots inzetten, een soort sprekende bloempot die jou blijft vragen of je dit of dat hebt gedaan.’ Ook Domburg signaleert andere keuzes. ‘Het contact is wel gebleven, maar verliep anders, op afstand. Intakes van nieuwe vrijwilligers en hulpvragers deden we altijd bij die mensen thuis, nu ging dat met beeldbellen. Vrijwilligers gingen boeken voorlezen door de telefoon, kinderen in hun schoolritme ondersteunen door ze te bellen, boodschappen en medicijnen brengen en noem maar op.’ Ook het contact binnen de organisaties zelf is veranderd. ‘We zijn veel meer thuis gaan werken en digitaal overleggen, ook met samenwerkingspartners,’ zegt De Visser. Dat herkent Domburg: ‘Wij werkten al vaak thuis, maar dat is zeker toegenomen. Nu er weer wat meer mogelijk is, zullen we niet alles digitaal blijven doen. Maar we zullen bijvoorbeeld meer thuis blijven werken dan vroeger.’ De crisis heeft volgens haar ook andere effecten gehad, die ze graag wil vasthouden in de toekomst.

Laat het sociaal domein niet leiden onder nieuwe bezuinigingen

Domburg: ‘Er zijn nieuwe samenwerkingen ontstaan. Bijvoorbeeld met huisartsen, die vroeger minder vaak aan het inzetten van vrijwilligers dachten, maar zich nu afvroegen wat er aan informele zorg te vinden is. We werkten al samen met Incluzio en andere aanbieders van professionele zorg, en dat is nu sterker geworden. De meerwaarde is dat we ieder vanuit een ander gezichtspunt naar de zorg kijken, waardoor we samen een veel vollediger beeld krijgen. Dat moeten we voortzetten. Contact, waardering voor elkaar en vertrouwen zijn zeer belangrijke voorwaarden om de goede samenwerking die in deze crisis gelukkig is opgebloeid vast te houden.’ Ook kreeg Handjehelpen in de eerste weken veel nieuwe vrijwilligers binnen, vertelt Domburg. ‘Vaak mensen die anders drukke banen buitenshuis hadden, maar nu thuis zaten en best een uurtje iets wilden doen. Er zijn nieuwe initiatieven ontstaan, vaak op kleine schaal, op het niveau van een wijk of zelfs een flatgebouw. En hulpvragers bleken meer zelfredzaam te zijn dan we dachten.’ ‘We zagen ook dat gezinsleden meer in contact kwamen met elkaar,’ voegt De Visser toe.

Lumpsum
Allebei maken ze zich zorgen over de gevolgen van de crisis voor het welzijnswerk, nu gemeenten geconfronteerd zullen worden met stijgende uitgaven. ‘Als er uiteindelijk toch weer bezuinigd wordt op het sociaal domein, haal er dan geen kaasschaaf overheen, maar maak keuzes,’ zegt De Visser, ‘en doe het slim. Leer van elkaar en verander de financiering. Spreek met zorgaanbieders kaders af, geef ze een lumpsum en laat de professionals de ruimte om zelf te kiezen hoe ze hun uren inzetten. Dat zal de schok dempen. Het welzijnswerk kan effectiever worden ingezet. Nu loopt een welzijnswerker soms te bemiddelen in een ruzie tussen buren, die een ambulant begeleider hebben, om maar een voorbeeld te noemen. Dat kan anders en dan kunnen we meer mensen aangehaakt houden, wijken leefbaarder maken en kunnen we een groter beroep op de zorg voorkomen.’

Welzijnswerk heeft een sleutelfunctie

Domburg heeft een oproep aan gemeenten: ‘Laat het sociaal domein niet lijden onder nieuwe bezuinigingen. Als je toch besluit om te besparen, doe het dan in overleg met de sector, ga met het veld om tafel zitten. Er komt ongetwijfeld veel op de gemeenten af nu. Laten ze de uitdagingen op tafel leggen, dan kunnen we samen naar oplossingen zoeken.’ En, benadrukt ze, kijk goed naar wat vrijwilligers kunnen doen. ‘Een vrijwilliger kan natuurlijk niet een professional vervangen. Maar we kunnen wel bekijken wat de een voor de ander kan doen.’

*Dit artikel werd geschreven door Bas Nieuwenhuijsen en verscheen oorspronkelijk in Publiek Denken 21: Sociaal domein onder druk. Wilt u meer artikelen lezen? Neem dan nu een gratis abonnement op Publiek Denken.

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *