EU beschermt burgers onvoldoende tegen online surveillance

29 jun 2026
Eye, online surveillance
Beeld: Pixabay/Elisa Riva

De Europese Unie beschermt burgers nog onvoldoende tegen online surveillance door bedrijven. Dat stelt rechtswetenschapper Ana-Maria Hriscu in haar proefschrift aan Tilburg University. Volgens Hriscu leggen zelfs de strengste Europese privacywetten de macht van digitale platforms onvoldoende aan banden. Vooral online advertenties vormen daarbij een risico. Bedrijven verzamelen voortdurend gegevens om gedrag te voorspellen en te beïnvloeden. Het gaat om gegevens uit klikken, zoekopdrachten en scrollgedrag. Die data bepalen mede wat mensen online zien, kopen en denken.

Online surveillance door bedrijven groeit

Online adverteren draait steeds sterker om persoonsgegevens. Bedrijven gebruiken die gegevens om advertenties nauwkeurig te richten op individuele gebruikers. Volgens Hriscu kan dat grote gevolgen hebben. Onderzoek koppelt deze praktijken aan manipulatie, discriminatie, verslaving en psychische problemen. Ook in Nederland kwamen zorgen naar voren. Zo bleek eerder dat TikTok veel gegevens verzamelde over Nederlandse gebruikers. Dat gebeurde ook buiten de app. Daarbij gebruikte het bedrijf servers in landen met minder strenge privacybescherming. China wordt daarbij als voorbeeld genoemd.

Toestemming biedt onvoldoende bescherming

In haar proefschrift Domination by default stelt Hriscu dat het internet draait op onvoorspelbare gegevensverwerking. Gebruikers kunnen daardoor niet goed overzien wat bedrijven met hun data doen. Volgens haar kunnen mensen dan ook moeilijk betekenisvolle toestemming geven. Zij weten immers niet volledig hoe bedrijven hun gegevens gebruiken. ‘Omdat surveillance onvoorzienbaar is, kunnen we niet verwachten dat mensen op betekenisvolle wijze toestemming geven’, stelt Hriscu. Daarmee zet zij vraagtekens bij het huidige systeem. Dat systeem legt veel verantwoordelijkheid bij individuele gebruikers.

Privacyrechten richten zich te veel op keuze

De EU erkent privacy en gegevensbescherming als grondrechten. Toch beperken deze rechten het verdienmodel achter surveillancegerichte advertenties onvoldoende, stelt Hriscu. Europese privacyregels gaan vaak uit van consumentenkeuze. Gebruikers zouden zichzelf kunnen beschermen door informatie te lezen en betere keuzes te maken. Volgens Hriscu werkt die benadering niet goed. Zij legt te veel verantwoordelijkheid bij burgers. Tegelijk blijft de structurele macht van grote platforms grotendeels buiten beeld. Ook rechters kijken vaak naar losse geschillen over persoonsgegevens. Daardoor blijft het bredere systeem van online surveillance volgens haar onderbelicht.

Bedrijven krijgen meer ruimte dan overheden

Hriscu wijst op een belangrijk verschil tussen overheden en bedrijven. Overheden krijgen bij surveillance te maken met strenge mensenrechtelijke beperkingen. Bij bedrijven ligt dat anders. Hun economische belangen worden vaak afgewogen tegen privacy- en gegevensbeschermingsrechten van burgers. Volgens Hriscu verzwakt dit de bescherming tegen machtige technologiebedrijven. Ook maakt het verantwoording moeilijker. Dat schuurt volgens haar met de positie van privacy en gegevensbescherming. Deze rechten gelden binnen het EU-recht als hoogste normen.

Effect van gerichte advertenties staat ter discussie

Het huidige advertentiemodel rust op een belangrijke aanname. Gerichte advertenties zouden beter werken dan advertenties zonder persoonlijke tracking. Volgens Hriscu verdient die aanname meer kritiek. Er zijn aanwijzingen dat gerichte advertenties minder effectief zijn dan platforms beweren. Bedrijven als Google en Meta hebben belang bij dat beeld. Zij verdienen aan het systeem van datagedreven advertenties. Daarom moeten Europese instellingen het verdienmodel achter online surveillance kritisch beoordelen, stelt Hriscu.

Meer verplichtingen voor machtige platforms

Hriscu pleit voor sterkere bescherming tegen machtige digitale platforms. Bedrijven die invloed hebben op vrijheden van mensen moeten directe wettelijke verplichtingen krijgen. Zij moeten privacy en gegevensbescherming actief beschermen. Volgens Hriscu belemmert dat een gezonde digitale economie niet. Sterkere grondrechten vormen juist een voorwaarde voor een eerlijke digitale economie. Daarom moeten Europese instellingen duidelijker optreden tegen machtige private actoren. Ook vraagt Hriscu om een breder publiek debat. Daarbij hoort de vraag of surveillancegerichte advertenties het dominante verdienmodel moeten blijven. Alternatieven bestaan al. Contextuele advertenties richten zich op de inhoud van een pagina. Zij zijn minder afhankelijk van persoonlijke surveillance.

Over het onderzoek

Ana-Maria Hriscu promoveerde op 18 mei 2026 aan Tilburg University. Haar proefschrift heeft de titel Domination by Default. Het onderzoek gaat over privacy, gegevensbescherming en surveillance door publieke en private actoren. Het proefschrift verscheen onder begeleiding van prof. dr. Linnet Taylor, dr. Colette Cuijpers en dr. Merel Noorman.

Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Meer nieuws