DuurzaamDoor

Essay 'Geef morele emoties een rol in de energietransitie'

DuurzaamDoor en Publiek Denken publiceren Een zoektocht naar draagvlak.  In deze serie van vijf essays en podcasts gaan wetenschappers, ambtenaren en andere deskundigen op zoek gaan naar het draagvlak onder en de acceptatie van de energietransitie. Als het gaat om de energietransitie, kan de methode van emotionele deliberatie een nieuw perspectief bieden, niet alleen aan beleidsmakers maar ook aan burgers en bedrijven. In Geef morele emoties een rol in de energietransitie betoogt Sabine Roeser, hoogleraar Ethiek aan de TU Delft, dat integreren van emoties en waarden in de innovatie van risicovolle en omstreden technologieën de kwaliteit van deliberatie en besluitvorming kan verbeteren en tot moreel en sociaal aanvaardbaarder technologische innovaties kan leiden.

Liever luisteren? Het essay wordt voorgelezen in deze podcast:

Risicovolle technologieën als biotechnologie, energietechnologieën en digitale technologieën zijn vaak controversieel. Hoewel ze kunnen bijdragen aan het welzijn van mensen, kunnen ze ook negatieve gevolgen hebben en sociale ontwrichting veroorzaken. Dit heeft implicaties voor de besluitvorming over het verantwoord innoveren van risicovolle technologieën. Technologie-ontwerp en risicobeoordelingen zijn niet waardevrij maar bevatten al dan niet expliciete ethische keuzes. Daarom pleiten techniekfilosofen en risico-ethici voor zogenaamd “waarde-gevoelig ontwerpen” en het maatschappelijk verantwoord innoveren van technologieën. Volgens deze benaderingen dienen waarde-keuzes expliciet te worden gemaakt en gebaseerd op goed onderbouwde ethische overwegingen.

Dit essay onderzoekt de bijdrage die emoties kunnen leveren aan verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën, met name in de context van de energietransitie, en hoe dit kan bijdragen aan maatschappelijk draagvlak. Het uitgangspunt is dat emoties een belangrijke rol kunnen spelen bij ethische besluitvorming over risicovolle technologieën (bijvoorbeeld Roeser 2006, 2011, 2018). In dit essay ontwikkel ik dit idee verder en breid ik het uit naar benaderingen van verantwoorde innovatie, in de context van de volgende belangrijke stakeholders: bedrijven, beleidsmakers en burgers. Ik zal beargumenteren dat het integreren van emoties en waarden in de innovatie van risicovolle en omstreden technologieën de kwaliteit van deliberatie en besluitvorming kan verbeteren, kan helpen impasses te overwinnen en tot moreel en sociaal aanvaardbaarder en verantwoorde technologische innovaties kan leiden.

Risico, emoties en waarden
Technologische ontwikkelingen in bijvoorbeeld energiewinning, IT, robotica en biotechnologie vinden in een hoog tempo plaats en kunnen een diepgaande impact hebben op de samenleving. Deze technologieën kunnen onze manier van leven op vaak onvoorspelbare manieren veranderen en nieuwe en ongekende risico’s introduceren. Publieke debatten over dergelijke technologische ontwikkelingen resulteren vaak in patstellingen tussen voor- en tegenstanders (Siegrist en Gutscher 2010, Jasanoff 2012). Dat heeft te maken met het feit dat technologische ontwikkelingen doorgaans onzeker zijn (Slovic 2000, Bammer & Smithson 2008). Bovendien geven technologische ontwikkelingen vanwege hun impact op de samenleving en het milieu aanleiding tot ethische overwegingen (Asveld en Roeser 2009) en emotionele reacties (Slovic 2010, Roeser 2010a). De vraag is hoe deze overwegingen en reacties op een constructieve manier een rol kunnen spelen in deliberatie en besluitvorming.

Standaardbenaderingen ten aanzien van risico zijn gebaseerd op kwantitatieve informatie ten aanzien van de statistische kans waarop een gebeurtenis plaatsvindt, en ze maken vaak gebruik van een risico-kosten-batenanalyse. Dergelijke benaderingen zijn echter niet waarde-neutraal: een beslissing over welke gebeurtenissen belangrijk zijn om te kwantificeren, veronderstelt een waardeoordeel. Kijken we alleen naar doden en gewonden, of ook naar impact op bijvoorbeeld dieren en het milieu? En hoe wegen we deze verschillende vormen van impact ten opzichte van elkaar af? Verder is het zo dat een (risico-)kosten-batenanalyse op uitkomsten op een hoog aggregatieniveau focust. Dit is vergelijkbaar met consequentialistische benaderingen in de ethiek, waarbij echter belangrijke andere, ethische overwegingen, zoals distributieve en procedurele rechtvaardigheid, billijkheid, autonomie en al dan niet beschikbare alternatieven, over het hoofd worden gezien (Asveld en Roeser 2009, Roeser et al. 2012). Risico-ethici betogen dan ook dat besluitvorming over risico’s – naast kwantitatieve informatie – ook ethische reflectie en publieke deliberatie vereist. Dit is nodig om expliciet en op een democratische manier over alle relevante ethische overwegingen te reflecteren alvorens een beslissing te nemen (bijv. Hansson 1989, 2012, Shrader-Frechette 1991, Roeser 2007, 2018). Uit empirisch onderzoek van Paul Slovic blijkt bovendien dat burgers in hun risicoperceptie vaak intuïtief dergelijke ethische overwegingen mee laten spelen (Slovic 2000).

In mijn onderzoek heb ik beargumenteerd dat emoties een belangrijke rol kunnen spelen bij ethische reflectie over risicovolle technologieën (Roeser 2018). Emoties worden echter doorgaans als problematisch beschouwd in besluitvorming, vooral in de context van risico’s, omdat ze als tegengesteld aan rationaliteit worden gezien (Dual Process Theory; bijv. Kahneman 2011, zie ook Sunstein 2005). Zelfs bij participatieve benaderingen van risicobeoordeling, waarin het publiek wordt geïnvolveerd, worden emoties niet expliciet meegenomen (Roeser en Pesch 2016). Sommige onderzoekers vinden dat emoties van het publiek om democratische redenen zouden moeten worden gerespecteerd in besluitvorming over risico’s, ondanks hun zogenaamde irrationaliteit (Loewenstein et al. 2001). Andere onderzoekers hebben beargumenteerd dat emoties kunnen helpen bij risicobeoordelingen omdat emoties erop wijzen wat mensen belangrijk vinden (Slovic 2010). Maar ook deze onderzoekers denken dat emoties moeten worden gecorrigeerd door rationele en kwantitatieve benaderingen, aangezien deze als objectiever worden beschouwd (Slovic 2000).

In tegenstelling tot dergelijke benaderingen heb ik een nieuwe, alternatieve benadering van risico’s en emoties ontwikkeld (bijvoorbeeld Roeser 2006, 2018). Ik onderschrijf dat kwantitatieve informatie nodig is om wetenschappelijke aspecten van risico’s te beoordelen, maar dit is niet voldoende om ethische aspecten van risico’s te beoordelen. Ethische overwegingen, zoals de eerder genoemde billijkheid, rechtvaardigheid en autonomie, vereisen expliciete ethische reflectie, en hierbij kunnen emoties een belangrijke rol spelen (Roeser 2006). Mijn theorie van risico-emoties is gebaseerd op psychologisch en filosofisch onderzoek naar emoties. Vooraanstaande emotie-onderzoekers benadrukken dat emoties een vorm van kennis en inzicht kunnen zijn (zie Frijda 1986, Lazarus 1991). Dit geldt ook voor morele emoties (Nussbaum 2001, Roberts 2003) en politieke emoties (zie Hall 2005, Kingston 2011, Staiger, Cvetkovich & Reynolds 2010, Nussbaum 2013). In plaats van emoties als irrationele toestanden te zien die het denken verstoren, benadruk ik in mijn onderzoek dat emoties een bron van morele inzichten kunnen zijn. Emoties zijn niet per definitie irrationele, bevooroordeelde onderbuikgevoelens. Integendeel, met name morele emoties kunnen op belangrijke morele waarden wijzen (Roeser 2011). Dit geldt ook voor emoties in de context van besluitvorming over risicovolle technologieën (Roeser 2006, 2012, 2018). Emoties zoals sympathie, empathie, compassie, enthousiasme en verontwaardiging kunnen op ethische aspecten van risico’s wijzen, zoals autonomie, rechtvaardigheid en billijkheid (Roeser 2006, 2007, 2010a, b). Emoties zouden dan ook expliciet moeten worden opgenomen in deliberatie en besluitvorming over risicovolle technologieën, omdat ze de aandacht kunnen vestigen op ethische overwegingen die door kwantitatieve benaderingen van risico’s over het hoofd worden gezien. Mijn benadering van emotionele afweging van technologische risico’s ziet emoties als een startpunt voor morele discussie en publieke deliberatie over risico’s (Roeser 2012b, Nihlén Fahlquist en Roeser 2015, Roeser en Pesch 2016).

Dit betekent uiteraard niet dat emoties altijd adequaat zijn; emoties kunnen ook op misverstanden en vooroordelen zijn gebaseerd en deze zelfs versterken. Emoties moeten kritisch worden beoordeeld. Ze moeten niet in strijd zijn met wetenschappelijke informatie, en ze moeten kritische ethische reflectie kunnen doorstaan. Maar ethische reflectie kan ook emoties involveren. Zo kunnen altruïstische emoties ons bijvoorbeeld helpen een initieel egoïstisch perspectief te overstijgen (Roeser 2010). Dit kan voornamelijk belangrijk zijn in de context van klimaatverandering, waarbij de effecten van onze eigen, luxueuze en energie-intensieve levensstijl met name mensen kunnen treffen die ver weg zijn in tijd en ruimte en bijvoorbeeld in kwetsbare en armere gebieden leven (Roeser 2012). Met andere woorden, emoties kunnen zowel een object als een hulpmiddel voor kritische reflectie zijn. Dit noem ik emotionele reflectie en deliberatie (Roeser 2018 hoofdstuk 6). Deze theorie van risico-emoties biedt een vruchtbaar alternatief voor de gangbare academische en praktische benaderingen van besluitvorming over risico’s, die emoties en bijbehorende morele waarden over het hoofd zien of emoties als een obstakel voor reflectie beschouwen. Door emoties en onderliggende waarden van burgers en andere stakeholders een expliciete rol in publieke debatten en besluitvorming over risicovolle technologieën te geven, kunnen impasses worden overkomen waarop het invoeren van innovaties nu regelmatig spaak loopt. Emoties kunnen wijzen op belangrijke waarden die geadresseerd zouden moeten worden in het ontwerp en in de implementatie van technologische innovaties. Met andere woorden, aandacht voor waarden en emoties in besluitvorming is eerlijker (procedure) en kan bijdragen aan meer weloverwogen ethische besluitvorming (inhoud) en ethische en maatschappelijke aanvaardbaarheid (‘draagvlak’).

Een vervolgvraag is hoe emoties systematisch kunnen worden ingebed in de verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën. Ik heb eerder betoogd dat emoties een belangrijke bron voor ethische overwegingen kunnen zijn in waarde-bewust ontwerp van technologieën (Desmet en Roeser 201x, Roeser 2012). Het expliciet adresseren van emoties bij verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën vereist inspanningen van alle belangrijke actoren. In de volgende paragraaf zal ik potentiële kansen en uitdagingen bespreken bij het opnemen van emoties in verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën.

Emoties en verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën
In wat volgt zal ik de mogelijke rol van emoties voor verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën bespreken in de context van drie belangrijke stakeholders: bedrijven, beleidsmakers en burgers. Ik bespreek daarbij de mogelijke positieve bijdragen alsmede mogelijke uitdagingen van het opnemen van emoties.

1. Bedrijven
Een belangrijke speler bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën is de industrie, met name hightechbedrijven. Volgens de dominante neoklassieke benadering in de economie dient economische besluitvorming louter rationeel alsmede egoïstisch te zijn. Deze visie wordt echter bestreden door filosofische en alternatieve benaderingen in de economie (refs). Powell (2010) heeft betoogd dat het egoïstische paradigma in de neoklassieke economie empirisch noch normatief verdedigbaar is. Vanuit de ethiek is het uiteraard uiterst problematisch om te stellen dat goede beslissingen louter egoïstisch zouden moeten zijn; integendeel, de kern van de ethiek is om rekening te houden met het welzijn van anderen. Vanuit de ethiek beschouwd is het dus evident dat bedrijven ook ethische overwegingen zouden moeten maken waarbij ze verder kijken dan hun eigen belang. Dit idee onderligt bijvoorbeeld het concept van Corporate Social Responsibility.
Bedrijven die nieuwe technologieën ontwikkelen zijn daarbij een specifieke categorie, die additionele ethische uitdagingen met zich mee brengt. Hightechbedrijven ontwikkelen artefacten die invloed hebben op het leven van mensen, hun welzijn en hun keuzes. Dit vereist ethische reflectie. Hiervoor zijn in de afgelopen jaren benaderingen en subsidie-instrumenten ontwikkeld ten aanzien van maatschappelijk verantwoorde innovatie (Responsible Research and Innovation, RRI; Van den Hoven et al. 2014). In het door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) geleide programma MVI (Maatschappelijk verantwoord innoveren) werken ethiekonderzoekers samen met particuliere bedrijven, en EU-projecten brengen soms ook ethiekonderzoekers en industriële partners samen (bijvoorbeeld in de zogenaamde Swafs-calls). Deze projecten hebben geresulteerd in academische publicaties en in meer verantwoorde, “waarde-gevoelige” innovaties, en nieuwe theoretische benaderingen ten aanzien van verantwoord innoveren. Sommige grote hightechbedrijven hebben nu ethische commissies of adviesraden geïnstalleerd.

Ondanks deze lovenswaardige initiatieven zijn er echter nog steeds belangrijke ethische uitdagingen met betrekking tot grootschalige, systematische inbedding van ethiek in de industrie. Een daarvan is het probleem van ethics-washing: zodra ethici met de industrie samenwerken, worden ze als verdacht beschouwd, omdat ze onderdeel lijken te worden van het “systeem”. De zorg is dat ethici zodoende worden geabsorbeerd door de organisaties die ze kritisch moeten beoordelen, dat ze bevooroordeeld kunnen zijn (zie bijvoorbeeld recente media-aandacht voor de ethische commissie van Google). Een ander probleem is dat aandacht voor ethiek op dit moment grotendeels vrijwillig lijkt te zijn. Hoewel steeds meer technische universiteiten commissies hebben die onderzoeksprojecten ethisch beoordelen op het gebied van bijvoorbeeld mensproeven (zie Koepsell et al. 2015), is dit niet het geval bij hightechbedrijven. Dit is nogal opmerkelijk, aangezien dergelijke bedrijven zich bezighouden met research & development en hun innovaties grote gevolgen voor het welzijn van mensen kunnen hebben.

Hoewel aandacht voor ethiek al een grote stap vereist voor technologiebedrijven, vereist aandacht voor emoties zelfs een nog radicalere verandering van perspectief. Technologiebedrijven zijn er vaak trots op ‘rationeel en kwantitatief’ ingesteld te zijn, maar dit gaat ten koste van aandacht voor waarden en ethische zorgen. Gebaseerd op de ideeën die ik in paragraaf 2 uiteen heb gezet, zou emotioneel-morele reflectie een belangrijke bijdrage aan besluitvorming bij dergelijke bedrijven kunnen spelen. Aandacht voor emoties in reflectie en besluitvorming zou kunnen helpen om ethisch bewustzijn te creëren en ethische kwesties naar voren te brengen. Dit vereist een geheel nieuwe benadering van besluitvorming en leiderschap in hightechindustrieën. Dat is een uitdaging omdat regels, voorschriften of beleid algemeen en abstract zijn, terwijl aandacht voor emoties contextgevoelig en vaak zeer persoonlijk is. Om deze redenen is het opnemen van emoties zo belangrijk: namelijk om recht te doen aan contextgevoelige overwegingen en inzichten in de impact van technologieën op het persoonlijke welzijn van mensen. Maar zonder beleid en regels zou aandacht voor ethiek te vrijblijvend kunnen zijn. Bovendien kan beleid nodig zijn om de status quo te wijzigen en om in geval van onenigheid sturing te bieden. Het kan echter moeilijk zijn om de kloof tussen algemene regels enerzijds en contextgevoelige en emotionele overwegingen anderzijds te overbruggen. Aandacht voor ruimte voor gezamenlijke deliberatie voor dilemma’s zou een speerpunt van beleid in bedrijven kunnen zijn, waarbij emoties niet geschuwd worden aangezien ze kunnen helpen bij het blootleggen van ethische dilemma’s, en omdat ze kunnen helpen het perspectief van een ander beter te begrijpen. Dit kan helpen om bedrijven op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te laten reflecteren, ook in het kader van duurzaamheid en bijdrage aan de energietransitie. Bedrijven die energie-technologieën ontwikkelen zouden hierdoor meer rekening kunnen houden met maatschappelijke gevoeligheden en onderliggende waarden. Dit zou kunnen leiden tot meer “waarde-bewuste” en duurzamere technologieën die tevens maatschappelijk meer aanvaard zullen worden.

2. Beleidsmakers
Beleidsmakers spelen een cruciale rol bij verantwoorde innovatie van risicovolle en controversiële technologieën, door beleid te ontwikkelen om dergelijke technologieën te reguleren, en door procedures voor besluitvorming te ontwikkelen. Beleidsmakers beschouwen emoties doorgaans als een bron van irrationaliteit. Om die reden volgen ze vaak technocratische benaderingen die zijn gebaseerd op puur kwantitatieve informatie en modellen, waardoor emoties maar ook expliciete aandacht voor morele en maatschappelijke waarden buiten beschouwing worden gelaten. Of ze volgen populistische benaderingen die aandacht besteden aan de zorgen van burgers om instrumentele of democratische redenen, maar niet als een bron van inhoudelijk inzicht. In beide gevallen is er geen echte, kritische deliberatie over emoties en onderliggende waarden (Roeser 2018). Een derde optie is dat beleidsmakers het publiek bij een participatieve risicobeoordeling betrekken, waarbij soms ook waarden worden besproken. Die benaderingen besteden echter ook geen expliciete aandacht aan emoties en kunnen daardoor belangrijke waarden missen (Roeser en Pesch 2016).

De door mij ontwikkelde benadering van emotionele deliberatie daarentegen neemt emoties als uitgangspunt voor morele reflectie (Roeser en Pesch 2016, Roeser 2018). Dit kan worden geïmplementeerd in beleidsvorming. Formele, kwantitatieve risico-benaderingen zouden kunnen worden aangevuld met aandacht voor emoties en onderliggende waarden van verschillende stakeholders. In het kader van de besluitvorming over de energietransitie zou bijvoorbeeld een interactief dashboard kunnen worden ontwikkeld om mensen te laten reflecteren over een optimale energiemix. Daarbij zouden mensen verschillende opties kunnen uitproberen en de implicaties voor verschillende bevolkingsgroepen en toekomstige generaties kunnen zien. Dit zou ook in beeld kunnen worden gebracht om verbeelding en compassie te stimuleren. Uiteraard zijn er in een dergelijke tool ook allerlei impliciete keuzes en waarden. Deze zouden zoveel mogelijk expliciet moeten worden gemaakt en op die manier deel uit moeten maken van een iteratief proces. Een dergelijke tool kan bijdragen aan ethische reflectie ten aanzien van bijvoorbeeld rechtvaardigheid ten aanzien van toekomstige generaties. Tegelijk kan dit leiden tot motivatie om inspanningen te leveren aan het terugdringen van klimaatverandering, door de effecten van klimaatverandering zichtbaarder en invoelbaarder te maken (zie ook Roeser 2012).

3. Burgers
Het publiek wordt in theoretische benaderingen en in praktische besluitvorming vaak afgeschilderd als emotioneel en om die reden irrationeel in zijn reacties op risicovolle en controversiële technologieën. Zoals hierboven betoogd, dienen emoties echter niet per definitie als irrationeel worden beschouwd. Integendeel, emoties kunnen een belangrijke bron van inzicht in morele waarden zijn, en ze zouden daarom een ​​belangrijke rol moeten spelen in de democratische besluitvorming over risicovolle technologieën. Het opnemen van emoties is dus niet alleen belangrijk om democratische redenen, maar er zijn ook inhoudelijke redenen om emoties op te nemen in de besluitvorming over risicovolle en omstreden technologieën: omdat emoties een belangrijke epistemische rol kunnen spelen. Dat wil zeggen dat emoties ons kunnen helpen om belangrijke morele waarden in te zien die anders over het hoofd zouden kunnen worden gezien (Roeser 2006, 2012, 2018).

Naast democratische en substantiële redenen om emoties een rol in besluitvorming te laten spelen, zijn er ook instrumentele redenen: als mensen het gevoel hebben dat er in besluitvorming rekening wordt gehouden met hun zorgen en waarden, dan kan dit bijdragen aan draagvlak voor een technologische ontwikkeling. Het is echter belangrijk om draagvlak niet als doel op zich na te streven. De kans is groot dat democratische en inhoudelijke redenen dan ondergeschikt worden en bedrijven of beleidsmakers een vooropgezet doel bij het publiek “erdoorheen willen drukken”. Dit is ethisch problematisch, omdat burgers dan niet gerespecteerd worden maar instrumenteel worden gebruikt. Bovendien werkt het vaak averechts omdat burgers dat niet zullen waarderen. Ethisch verantwoorde, emotioneel-morele deliberatie zou dus oprecht open moeten zijn, waarbij de uitkomsten niet vaststaan, en ook echt naar burgers wordt geluisterd en de mogelijkheid bestaat dat een oorspronkelijk voorstel vanuit het bedrijfsleven of de overheid wordt herzien op basis van ideeën, waarden en zorgen van burgers. Burgers kunnen zo een constructieve bijdrage leveren aan verantwoorde innovatie van de energiesector en aan ideeën rondom de energietransitie.

Een uitdaging in het tijdperk van sociale media is dat emotionele reacties op technologieën op hun beurt worden gemedieerd via technologieën. Sociale media kunnen een democratische rol vervullen, door iedereen goedkope en gemakkelijke toegang tot communicatie te bieden. Sociale media hebben echter ook functies die emoties kunnen manipuleren, bijvoorbeeld door misbruik te maken van “trollen”, of bepaalde soorten interacties boven andere te stimuleren, bijvoorbeeld door gebruikers opruiende berichten te laten plaatsen in plaats van aan een respectvolle dialoog bij te dragen. Sociale media die een rol spelen bij publieke deliberatie zouden dus zo moeten worden ontworpen dat ze een respectvolle interactie en inleving in andere standpunten stimuleren (Marin en Roeser, te verschijnen). Het bovengenoemde interactieve dashboard voor reflectie over de energietransitie zou een voorbeeld hiervan kunnen zijn. Sociale media kunnen dus zowel een platform zijn voor emotioneel-morele beraadslaging over andere technologieën, evenals het object van emotioneel-morele beraadslaging over hoe verantwoord sociale media kunnen worden geïnnoveerd.

Emotionele deliberatie als nieuwe benadering voor de energietransitie
In dit essay heb ik besproken hoe emoties kunnen worden opgenomen in ethische deliberatie over verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën. Ik heb beargumenteerd dat emoties een belangrijke rol kunnen spelen in verantwoorde innovatie van risicovolle technologieën. Emoties kunnen een belangrijke aanwijzing zijn voor waarden die burgers belangrijk vinden. Dit zijn waarden die ook door risico-ethici worden genoemd in kritiek op de gangbare, kwantitatieve benaderingen ten aanzien van besluitvorming over risico’s. In die zin kunnen emoties als kompas fungeren ten aanzien van maatschappelijke en ethische waarden die mogelijk onder druk staan of vergeten worden. Emoties zijn dus belangrijk om op een verantwoorde manier technologie te ontwikkelen en gebruiken, en emoties verdienen daarom een rol in besluitvorming over de ontwikkeling en implementatie van technologieën. Ik heb ook verschillende uitdagingen besproken die geadresseerd zouden moeten worden, zoals eenzijdige of gemanipuleerde. Het negeren van emoties is in ieder geval geen optie: ze spelen een rol en zijn belangrijk. Ze laten ons zien wat ertoe doet voor mensen en wat ethisch belangrijk is. Morele besluitvorming over risicovolle en omstreden technologieën is niet gediend met puur kwantitatieve of populistische oplossingen, aangezien deze belangrijke ethische waarden over het hoofd zien en expliciete democratische deliberatie uit de weg gaan. Grote, complexe uitdagingen zoals de energietransitie vereisen nieuwe benaderingen. De methode van emotionele deliberatie kan hierbij een nieuw perspectief bieden voor bedrijven, beleidsmakers en burgers.

Referenties

  • Asveld, Lotte, and Sabine Roeser (eds.) (2009), The Ethics of Technological Risk, London: Routledge / Earthscan
  • Bammer, Gabriele and Michael Smithson (eds.) (2008), Uncertainty and Risk: Multidisciplinary Perspectives, Earthscan / Routledge
  • Pieter Desmet and Sabine Roeser (2015), ‘Design and Emotion’, in Jeroen van den Hoven, Pieter Vermaas and Ibo van de Poel (eds.), Handbook of Ethics, Values, and Technological Design, Dordrecht: Springer, pp. 203-219
  • Frijda, N. H. (1986), The Emotions, Cambridge: Cambridge University Press
  • Hall, Cheryl (2005), The Trouble with Passion: Political Theory Beyond the Reign of Reason, New York: Routledge
  • Hansson, Sven Ove (1989), ‘Dimensions of Risk’, Risk Analysis 9: 107-112
  • Hansson, Sven Ove (2012), ‘A Panorama of the Philosophy of Risk’, in Sabine Roeser, Rafaela Hillerbrand, Martin Peterson and Per Sandin (eds.) (2012), Handbook of Risk Theory, Springer, 27-54
  • Jasanoff, Sheila (2012), Science and Public Reason, Routledge / Earthscan
  • Kahneman, Daniel (2011), Thinking Fast and Slow, New York: Farrar, Straus and Giroux
  • Kingston, Rebecca (2011), Public Passion: Rethinking the Grounds for Political Justice, McGill-Queen’s University Press
  • Koepsell, D., Brinkman, W. & Pont, S. (2015), ‘Human Participants in Engineering Research: Notes from a Fledgling Ethics Committee’, Science and Engineering Ethics211033–1048
  • Lazarus, R. S. (1991), Emotion and Adaptation, New York: Oxford University Press.
  • Loewenstein, G. F., E. U.,Weber, C. K., Hsee, and N.,Welch. Risk as feelings. Psychological Bulletin, vol 127: 267–286.
  •   Nihlén Fahlquist, Jessica and Sabine Roeser (2015), ‘Nuclear Energy, Responsible Risk Communication and Moral Emotions: A Three Level Framework’, Journal of Risk Research 18, Issue 3: 333-346
  • Nussbaum, Martha (2001), Upheavals of Thought, Cambridge: Cambridge University Press
  • Nussbaum, Martha (2013), Political Emotions: Why Love Matters for Justice, Cambridge (MA): Harvard University Press
  • Powell, JP (2010) The limits of economic self-interest. PhD thesis, Tilburg University.
  • Roberts, R. C. (2003) Emotions: An Essay in Aid of Moral Psychology, Cambridge: Cambridge University Press
  • Roeser, Sabine (2006), ‘The Role of Emotions in Judging the Moral Acceptability of Risks’, Safety Science 44, 689-700
  • Roeser, Sabine (2007), ‘Ethical Intuitions about Risks’, Safety Science Monitor 11, 1-30
  • Roeser, Sabine (2010a), ‘Intuitions, Emotions and Gut Feelings in Decisions about Risks: Towards a Different Interpretation of ‘Neuroethics’’, The Journal of Risk Research 13, 175-190
  • Roeser, Sabine (2010b), ‘Emotional Reflection about Risks’, Roeser, S. (ed.) (2010), Emotions and Risky Technologies, Springer, 231-244
  • Roeser, Sabine (2011), Moral Emotions and Intuitions, Basingstoke: Palgrave Macmillan
  • Roeser, Sabine, Rafaela Hillerbrand, Martin Peterson and Per Sandin (2012), Handbook of Risk
  • Roeser, Sabine, Rafaela Hillerbrand, Martin Peterson and Per Sandin (2012), Handbook of Risk Theory, Dordrecht: Springer, 819-832
  • Roeser, Sabine (2012), ‘Risk Communication, Public Engagement, and Climate Change: A Role for Emotions’, Risk Analysis 32, 1033-1040
  • Roeser, Sabine and Udo Pesch (2016), ‘An Emotional Deliberation Approach to Risk’, Science, Technology and Human Values 41: 274-297
  • Roeser, Sabine (2018), Risk, Technology, and Moral Emotions, Routledge
  • Shrader-Frechette, K. S. (1991). Risk and rationality: Philosophical foundations for populist reforms.
  • Berkeley, CA etc.: University of California Press.
  • Siegrist, Michael, Heinz Gutscher (eds.) (2010), Trust in Risk Management: Uncertainty and Scepticism in the Public Mind, Routledge
  • Slovic, Paul (2000), The Perception of Risk, Earthscan, London
  • Slovic, Paul (2010), The Feeling of Risk, Earthscan, London
  • Staiger, Janet, Ann Cvetkovich, Ann Reynolds (eds.) (2010), Political Emotions, Routledge
  • Sunstein, Cass R. (2005), Laws of Fear, Cambridge University Press, Cambridge.
  • Van den Hoven, Jeroen, Neelke Doorn, Tsjalling Swierstra, Bert-Jaap Koops and Henny Romijn (eds.) (2014), Responsible Innovation, Dordrecht: Springer.
Delen

Reageer

*

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *